Het geloof in de politiek zoals we die vandaag nog steeds kennen, taant. Moet de politiek wel bedreven worden door beroepsmensen? Zijn zij de beste garantie dat de wil van het volk zal worden behartigd?

In zijn boekje Tegen verkiezingen wijst David Van Reybrouck erop dat de democratie zoals we die vandaag kennen steeds meer in het slop geraakt. Steeds minder mensen gaan stemmen, kiezers worden grilliger in hun keuze en het ledenaantal van politieke partijen loopt dramatisch terug. Van Reybrouck spreekt van een democratisch vermoeidheidssyndroom. Om dit vermoeidheidssyndroom te bestrijden wil hij terugkeren naar het democratisch principe van de loting. Net als ikzelf heeft Van Reybrouck les gekregen van professor Herman Verdin, door ons studenten kortweg ‘Verdin’ genoemd. In zijn boekje herinnert Van Reybrouck hoe Verdin al waarschuwde voor de ‘oligarchisering van onze democratie’: een democratie waar slechts enkelen het écht voor het zeggen hebben. De Atheense burgers zouden zich niet herkend hebben in hoe wij onze democratie vandaag invulling geven. Door een systeem van loting én snelle rotatie was immers minstens 50% van de Atheense burgers boven de dertig jaar ooit zelf raadslid.

“Loting had zo zijn voordelen, ging Verdin op rustige toon verder. Het doel was om de persoonlijke invloed te neutraliseren. In Rome had men zulks niet, met talloze omkoopschandalen tot gevolg. Bovendien waren in Athene functies eenjarig en was men in de regel niet herkiesbaar. Op alle niveaus moesten burgers immers zoveel mogelijk wisselen. Men wilde een zo groot mogelijke groep laten participeren en aldus gelijkheid realiseren. Loting en rotatie zaten werkelijk in het hart van het Atheense democratische systeem.” (David Van Reybrouck, Tegen Verkiezingen, p. 61)

Ook Stef Steyaert en Filip De Rynck zien in hun boek De participatieve omslag. Over een democratie in transitie onomkeerbare veranderingen voor onze democratie. Steyaert en De Rycnk gaan niet zover dat ze menen dat onze democratie in crisis is. Ze is wel in verandering. De auteurs onderscheiden vijf tendensen waaronder die van de ‘Do It Yourself (DIY)’-democratie: de democratie waarin burgers steeds vaker zélf het initiatief nemen. Sommige van die burgerinitiatieven zoals Ringland kan de politiek écht niet negeren. Ermee in contact treden is dan ook de boodschap. Democratie is voor Steyaert en De Rynck ‘doen’. We moeten elke dag met zijn allen ‘politiek maken’ en werken aan het verbeteren van onze samenleving. Politieke partijen moeten zich volgens hen veel meer inspannen om alle actoren te betrekken bij de totstandkoming van het gemeenschappelijk ‘doen’. De particratie is volgens Steyaert en De Rynck veel te ver doorgeslagen.

Dat ik vandaag op zoek ga naar antwoorden op hoe het verder moet met onze democratie heeft  te maken met mijn eigen eerder beperkte ervaringen als politica. Als ik het voorrecht had om van 2014 tot 2018 deel uit te maken van de ‘regering’ van Vlaams-Brabant en veel dingen kon realiseren, dan kan ik als vertegenwoordiger van het Vlaams-Brabantse volk in de rol van oppositielid nog maar heel weinig betekenen. Dat de partij Groen waarvoor ik mij kandidaat stelde voor de samenstelling van de Vlaams-Brabantse provincieraad in het arrondissement Leuven 3 van de 16 zetels en in het arrondissement Halle-Vilvoorde 3 van de 20 zetels wist te veroveren, doet er nauwelijks toe. In de provincieraad van Vlaams-Brabant telt de oppositie niet. ‘Oligoi archousin’ (enkelen heersen) zou inderdaad een gepaster onderschrift vormen bij het kunstwerk dat te bewonderen is bij het binnengaan van de provincieraadszaal van de jongste provincie van Vlaanderen. Nu staat er nog ‘o demos kratei’ (het volk heerst).

Vlaams-Brabant is niet de bakermat van een nieuwe politieke cultuur, zoveel is duidelijk. De individuele provincieraadsleden van de meerderheid (N-VA, CD&V en Open VLD) ondergaan wat de deputatie heeft beslist, de leden van de oppositie (onder meer Groen en SP-A) vermoeien zich vergeefs om de deputatie op andere gedachten te brengen. En natuurlijk argumenteren de huidige meerderheidspartijen graag “dat het niet betrekken van de oppositie in de vorige legislatuur ook al zo was en dat Groen er toen ook niets aan gedaan heeft”. Maar wat men er niet bij vertelt is dat Groen in de vorige legislatuur de kleinste partij in de meerderheid was (7/72) terwijl de N-VA (10/36) er nu de leiding van in handen heeft. Ik verzeker dat als wij nu in de positie van N-VA zouden verkeren, ik er alles aan zou doen om mijn fractie te overtuigen komaf te maken met de gangbare meerderheidscultuur. Ik zou proberen om het écht helemaal ‘anders te doen’ en om ‘de kracht van de verandering’ daadwerkelijk te gelde te maken.

Want als verkozen provincieraadsleden al niet àllemaal kunnen meebouwen aan een samenlevingsproject voor de provincie die ze vertegenwoordigen, hoe zal er dan in Vlaams-Brabant ooit sprake kunnen zijn van, zoals Steyaert en De Rynck bepleiten, een ‘deliberatieve democratie’? Hoe kan er dan ooit een model van democratie komen waar het denken en uitwisselen over politieke thema’s niet enkel aan verkozen politici wordt toevertrouwd, maar ook aan gewone burgers?  Hoe kan er dan een model komen dat weer dichter aansluit bij hoe de Atheners ‘politieke gelijkheid’ probeerden te bewerkstelligen? Hoe kan er dan ooit een model komen dat ook aan de grondslag van mijn pleidooi om in onze provincie voor een grotere betrokkenheid van burgers bij het klimaatbeleid te zorgen door de oprichting van een Burgerparlement voor klimaatzaken?

Ik voel er veel voor om de wijze waarop we onze democratie vandaag de dag invulling geven, fundamenteel te helpen herdenken. Ik ben er ook voorstander van om te proberen alle vormen van engagement te proberen te betrekken in de aanpak van uitdagingen als de massale energetische renovatie van gebouwen en de noodzakelijke modal shift op vlak van mobiliteit. Maar eerst wil ik natuurlijk het democratisch deficit in de provincieraad van Vlaams-Brabant aan de kaak stellen en me daar inzetten voor een ander soort politiek. Provincieraadsleden zijn 36 verkozen vertegenwoordigers van de bevolking van Vlaams-Brabant. Het kan niet zijn dat de rol van 14 van deze 36 verkozenen, de oppositie, wordt beperkt tot het stellen van mondelinge vragen en indienen van amendementen die toch nooit worden weerhouden. Of toch zeker niet formeel. Want dat is in toenemende mate de paradox. Binnen het halfrond van de provincieraad stemmen de individuele leden van de meerderheidspartijen wat de partijlijnen voorschrijven. Op de gang komen diezelfde provincieraadsleden je dan echter vertellen dat je groot gelijk had om zo van leer te trekken tegen de beslissingen om het Afrika Filmfestival, het project Energieke Scholen en de sociale huisvestingsmaatschappijen niet langer te mede-financieren met provinciale middelen.

“Binnen het halfrond van de provincieraad stemmen de individuele leden van de meerderheidspartijen wat de partijlijnen voorschrijven. Op de gang komen diezelfde provincieraadsleden je dan echter vertellen dat je groot gelijk had om van leer te trekken tegen de beslissingen om het Afrika Filmfestival, het project Energieke Scholen en de sociale huisvestingsmaatschappijen niet langer te mede-financieren met provinciale middelen.”

Soms vrees ik dat de democratie in Vlaams-Brabant, en wellicht ook die daarbuiten, er één geworden is van leugens in het halfrond, en halve waarheden op de gang. Dat is toch niet meer houdbaar? Als we als politici een beetje zelfrespect hebben, dan vinden we toch dat het zo niet langer kan en genoeg is geweest? We weten allemaal waarvoor we staan, welke uitdagingen we voor onze kinderen en kleinkinderen aan moeten pakken rond klimaat, sociale inclusie, intercultureel samenleven en digitalisering.  Laat ons dan ook op een volwassen manier onze politieke organisatie heruitvinden en, om te beginnen, zeggen wat we écht denken in het halfrond van de provincieraad. Het zal de legitimiteit van het provinciaal beleidsniveau ten goede komen en, wat belangrijker is, de samenleving ook.

Laat ons van 2020 een democratischer jaar maken! Ik ben er helemaal klaar voor. Van en voor het volk!