Zoeken

Tie Roefs blogt

Tag

provincie vlaams brabant

Leugens in het halfrond, halve waarheden op de gang!

 

Het geloof in de politiek zoals we die vandaag nog steeds kennen, taant. Moet de politiek wel bedreven worden door beroepsmensen? Zijn zij de beste garantie dat de wil van het volk zal worden behartigd?

In zijn boekje Tegen verkiezingen wijst David Van Reybrouck erop dat de democratie zoals we die vandaag kennen steeds meer in het slop geraakt. Steeds minder mensen gaan stemmen, kiezers worden grilliger in hun keuze en het ledenaantal van politieke partijen loopt dramatisch terug. Van Reybrouck spreekt van een democratisch vermoeidheidssyndroom. Om dit vermoeidheidssyndroom te bestrijden wil hij terugkeren naar het democratisch principe van de loting. Net als ikzelf heeft Van Reybrouck les gekregen van professor Herman Verdin, door ons studenten kortweg ‘Verdin’ genoemd. In zijn boekje herinnert Van Reybrouck hoe Verdin al waarschuwde voor de ‘oligarchisering van onze democratie’: een democratie waar slechts enkelen het écht voor het zeggen hebben. De Atheense burgers zouden zich niet herkend hebben in hoe wij onze democratie vandaag invulling geven. Door een systeem van loting én snelle rotatie was immers minstens 50% van de Atheense burgers boven de dertig jaar ooit zelf raadslid.

“Loting had zo zijn voordelen, ging Verdin op rustige toon verder. Het doel was om de persoonlijke invloed te neutraliseren. In Rome had men zulks niet, met talloze omkoopschandalen tot gevolg. Bovendien waren in Athene functies eenjarig en was men in de regel niet herkiesbaar. Op alle niveaus moesten burgers immers zoveel mogelijk wisselen. Men wilde een zo groot mogelijke groep laten participeren en aldus gelijkheid realiseren. Loting en rotatie zaten werkelijk in het hart van het Atheense democratische systeem.” (David Van Reybrouck, Tegen Verkiezingen, p. 61)

Doorgaan met het lezen van “Leugens in het halfrond, halve waarheden op de gang!”

En waarom zouden gedeputeerden niet met een Fiat rijden?

Eén van de punten op de provincieraad van Vlaams-Brabant van afgelopen dinsdag 5 november 2019 ging over de aankoop van nieuwe wagens. Om ervoor te zorgen dat oude dieselwagens vervangen worden door benzinewagens, plug-in hybride wagens of zelfs elektrische voertuigen, besliste de provincieraad dat de provincie toetreedt tot een raamovereenkomst van de Vlaamse overheid voor de operationele lease van personenwagens en lichte vrachtwagens.

Als Groenen onderschrijven we uiteraard het belang om het oude wagenpark te vervangen door nieuwe en schonere voertuigen. Maar in de inleidende tekst bij het besluit over de raamovereenkomst staat dat “jaarlijks 75.000 euro voorzien wordt voor de leasing van directiewagens van de vier gedeputeerden en de provinciegriffier”. Daar moesten wij toch wel even van slikken. Net als collega Louis Tobback trouwens, hoewel die zich ook meteen verontschuldigde met: “waarmee ik niet wil zeggen dat ik bekrompen ben en vind dat de gedeputeerden allemaal in een Fiat moeten rijden”.

75.000 euro maal zes, de termijn van een normale legislatuur, dat zou zomaar liefst even 450.000 euro zijn, enkel en alleen voor de wagens van de gedeputeerden en de provinciegriffier? Bijna een half miljoen euro! Dat is hetzelfde budget waarmee we in de vorige legislatuur alle klimaatprojecten van één begrotingsjaar financierden. Doorgaan met het lezen van “En waarom zouden gedeputeerden niet met een Fiat rijden?”

En de provincies…? Ze blijven bestaan!

‘Net als de Vlaamse Overheid zullen gemeenten, steden, intercommunales, OCMW’s, provincie en autonome gemeentebedrijven worden gevraagd dat ze hun broeikasgassen met 40% reduceren in 2030 ten opzichte van 2015’, staat er in het regeerakkoord van Jambon I te lezen. En ook in het kader van de economische ontwikkeling wordt verwezen naar de provincies ‘om met betrokkenheid van regionale sociale partners en stakeholders een strategie uit te werken’. De provincies gelden in het regeerakkoord zelfs als belangrijke actoren voor de ‘efficiëntere inzet van de financiële middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)’.

Waar is de tijd dat gewezen Minister voor Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans, vandaag voorzitter van het Vlaams Parlement, van de daken schreeuwde dat ze het provinciale bestuursniveau tot op het bot zou uitkleden? Ik maakte het in 2015 mee dat het provinciale inburgerings-en integratiebeleid ‘uitkantelde’ naar Vlaanderen om er de bevoegdheid te worden van het nieuwe Agentschap Integratie en Inburgering.  Ik was vanop de eerste lijn getuige, ook van het feit dat wat er gebeurde verre van ‘altijd goed’ was. De uitoefening van dezelfde persoonsgebonden bevoegdheden door Vlaanderen bleek in vele gevallen niet efficiënter en niet effectiever.

Maar het kan dus verkeren. De provincies zullen blijven bestaan. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat de N-VA, behalve in West-Vlaanderen, nu zelf in alle provincies mee bestuurt. Inhoudelijk maakt de aanwezigheid van de N-VA in het bestuur van Vlaams-Brabant trouwens (nog) geen groot verschil. Gedeputeerde Bart Nevens van de N-VA heeft totnogtoe geen verandering gebracht: er zijn nog geen accenten gelegd die wij als Groen al niet hadden gelegd op vlak van klimaat, dierenwelzijn of zelfs Noord-Zuid-samenwerking. Deze gedeputeerde doet vaak en graag heel schamper over de Groene fractie, maar in de feiten lijkt hij het grotendeels eens te zijn met het beleid dat we in het verleden in Vlaams-Brabant op de rails zetten.

Als gedeputeerde leerde ik alleszins de vele mogelijkheden van het provinciale bestuursniveau goed kennen. Ik ben dus eerder tevreden dat de provincies niet worden afgeschaft. Tegelijk blijf ik overtuigd dat we, zoals we ook in ons boekje ’20 groene doelen voor Vlaams-Brabant’ schreven, deverrommeling op het bovenlokaal bestuursniveau moeten aanpakken. Het feit dat vandaag provincies, intercommunales, zorg -en vervoersregio’s naast elkaar aan hetzelfde werken, blijft een jammerlijke zaak.

Ik ben het eens met gouverneur Lodewijk De Witte wanneer hij stelt dat er toch wel sprake is van een ongezonde concurrentie tussen intercommunales en provinciebesturen. Er is nood aan een hervorming die het samenspel tussen de lokale besturen en een streekbestuur op een goede manier uittekent.

De laatste jaren hebben we in het kader van de ‘hervorming van de provincies’ nogal wat voorbeelden gekend die het beleid op een Vlaams niveau ‘centraliseren’. Nochtans is er in de Scandinavische landen -landen die Vlaamse regering toch als voorbeeld bij uitstek neemt- duidelijk een tendens om te ‘decentraliseren’. In dit verband wees gouverneur Lodewijk De Witte er in zijn recentste en meteen ook laatste toespraak voor de provincieraad van Vlaams-Brabant op dat het aandeel van de Belgische lokale besturen in het BBP 7,2% bedraagt. In Finland is dat 21,9% en in Zweden 25,4%. De absolute kroon wordt gespannen door Denemarken met 33,5%.

In Vlaanderen blijft er op het institutionele vlak dus zeker werk aan de winkel. Groen is al langer voorstander van streekbesturen. In een ideale wereld zouden die in de plaats komen van de provinciale besturen enerzijds en de veel minder democratisch gelegitimeerde intercommunales anderzijds. Deze streekbesturen moeten garant staan voor een innovatief beleid op gedecentraliseerd niveau. Want zoveel is zeker. Vernieuwing komt van onderuit. Denk maar aan de Vlaams-Brabantse ‘mammobiel’, of de CO2-calculator voor het basisonderwijs die ook in Vlaams-Brabant het leven zag en nu in heel Vlaanderen beschikbaar zal worden gesteld.

Te veel water!

Gisteren stond het huis van mijn broer Jan en zijn vrouw Joke in Turnhout in de Antwerpse Kempen onder water. En ook in het huis van mijn schoonzus Sofie was het alle hens aan dek om het water van de plotse hevige regen buiten te houden. Eerder deze week werden inwoners van Vlaams-Brabant ook niet gespaard van ‘te veel water’!.

We voelen de gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van hevige regenval en overstromingen alsmaar meer. Het gemiddeld aantal dagen per jaar waarop er zeer veel regen valt in België, is nagenoeg verdubbeld in vergelijking met zeventig jaar geleden. Die neerslag neemt de vorm aan van zware stortregens. Soms duren ze maar enkele minuten, maar ze veroorzaken overstromingen en modderstromen waarvan de gevolgen soms dagen later nog niet zijn opgekuist. Dat weten de inwoners van onze provincie die er al mee te maken kregen maar al te goed. Ik moet telkens slikken als ik weer eens Hagelanders – de eersten wonen op slechts enkele kilometers van waar ik zelf woon- slijk uit de kelder zie scheppen en zich een weg zie banen door de straten met het water tot op kniehoogte. In vergelijk viel het bij mijn broer en schoonzus gisteren dan nog mee.

Om modderstromen en overstromingen zoveel mogelijk te beperken, moeten we erosie vermijden. De provincie Vlaams-Brabant geeft steden en gemeenten dan ook subsidies voor het opstellen van een gemeentelijk plan om erosie te bestrijden en kleine werken uit te voeren met hetzelfde doel voor ogen. Die ingrepen moeten het afstromende water afremmen en de meegevoerde aarde doen bezinken. Het kan bijvoorbeeld gaan over aarden wallen, buffergrachten, erosiepoelen, houthakseldammen of grasgangen. Doorgaan met het lezen van “Te veel water!”

Klimaatbegroting Vlaams-Brabant nog niet voor morgen!

In  2015, toen Groen nog deel utmaakte van de bestuursmeerderheid in Vlaams-Brabant, overtuigden we vriend en vijand om in te stemmen met een plan om Vlaams-Brabant tegen 2040 klimaatneutraal te maken. Om niet in intenties te blijven hangen vertaalden we het klimaatbeleidsplan ook in een klimaatactieprogramma 2016-2019. Dat actieprogramma moet nu opvolging krijgen in een plan 2020-2023, gegeven dat de nieuwe bestuursmeerderheid het door Groen gestarte klimaatbeleid wil verder zetten.

Om de voortgang op vlak van klimaat goed te kunnen meten, stelden wij op de Vlaams-Brabantse provincieraad van 7 mei 2019 de aanname van een klimaatbegroting voor. Die klimaatbegroting wordt in onze visie gekoppeld aan het klimaatactieprogramma. Een klimaatbegroting geeft weer welke financiële middelen nodig zijn om de verschillende doelstellingen en acties van het klimaatactieprogramma te realiseren. Tegelijk wordt ook een prognose of raming gemaakt van de CO2-besparing die de verschillende doelstellingen en acties uit het klimaatactieprogramma met zich mee brengen. De klimaatbegroting wordt, net zoals de financiële begroting, jaarlijks voorgelegd aan de provincieraad. Zo kan de efficiëntie van genomen klimaatmaatregelen op de voet gevolgd worden door de verkozenen van het volk, en kunnen we ook de effectiviteit ervan in kaart brengen.

We zijn ervan overtuigd dat meten heel belangrijk is. Zo bleek bij  de evaluatie in 2017 van het klimaatactieprogramma 2016-2019 dat we goed op schema zaten, maar ook dat we nog helemaal geen reden tot juichen hebben. In 2015 en 2016 stootten we in Vlaams-Brabant weliswaar 1 % minder CO2uit dan in het referentiejaar 2011, maar met een uitstoot van respectievelijk 6.076.314 ton en 6.077.053 ton CO2deden we het in die jaren in Vlaams-Brabant minder goed dan in 2014.

Doorgaan met het lezen van “Klimaatbegroting Vlaams-Brabant nog niet voor morgen!”

Waar blijft het bestuursakkoord van Vlaams-Brabant?

Op 3 december 2018 werd de nieuwe provincieraad van Vlaams-Brabant geïnstalleerd. Voortaan behartigen 36 verkozenen de belangen van de Vlaams-Brabanders. Dankzij meer dan 106.000 stemmen die het beleid van Groen in de vorige legislatuur 2012-2018 wilden belonen, telt de fractie van Groen in de nieuwe provincieraad zomaar even 6 leden.

Groen is de derde partij in de provincieraad. CD&V telt één zetel meer en Open VLD heeft één zetel minder. De Groene fractie telt vijf vrouwen en één man. Luka Augustijns, Stefanie De Bock en Noor Mousaid zijn geboren in de jaren negentig. Stef Boogaerts, Sarah Sneyers, en ik zelf zijn geboren in de jaren zestig. We vinden het fantastisch dat in de provincieraad van Vlaams-Brabant ouder (:-)) en jong de handen samen aan de ploeg van de oppositie zullen kunnen slaan.

Het is nog wel de vraag waarover onze oppositie precies zal moeten gaan? Want de nieuwe coalitie met de drie traditionele partijen N-VA, CD&V en Open VLD heeft nog altijd geen bestuursakkoord naar buiten gebracht. We hebben er voorlopig het absolute raden naar wat er in de toekomst staat te gebeuren, in het bijzonder ook met de dingen die wij de laatste jaren mee hebben opgebouwd? Doorgaan met het lezen van “Waar blijft het bestuursakkoord van Vlaams-Brabant?”

Alle hens aan dek voor het klimaat!

 

Vandaag eindigt de klimaattop 2018 in Katowice. Vandaag besluit de ‘Conference of the Parties’ (COP) haar 24ste bijeenkomst om binnen het kader van de Verenigde Naties de klimaatverandering in verenigde slagorde aan te pakken. In welke mate de COP24 erin geslaagd is om werkbare regels vast te leggen voor de uitvoering van de afspraken in het Akkoord van Parijs uit 2015 is nog niet helemaal duidelijk. Maar vast staat dat België zich alweer niet van haar meest frisse kant heeft laten zien. Ondanks de vreedzame mars enkele weken geleden van 75.000 mensen voor een doortastend klimaatbeleid, schaarde België zich bijvoorbeeld niet achter de zogenaamde ‘High Ambition Coalition’. Die coalitie van onder meer Nederland, Duitsland, Frankijk, Groot-Brittannië en Italië wil meer maatregelen tegen 2020 om de klimaatverandering te beteugelen, maar België moest verstek laten gaan omdat het Vlaanderen van Joke Schauvlieghe geen akkoord wilde geven.

Het is, op zijn Vlaams gezegd, t-r-i-e-s-t-i-g. Het is triestig hoe weinig ambitieus we zijn. Terwijl we nauwelijks nog tijd hebben om de opwarming tot 1,5°C te beperken ten opzichte van het pre-industriële niveau ontsnapt de klimaatproblematiek maar niet aan haar status van ‘fait divers’. De meeste parlementairen van ons land namen recent een interparlementaire resolutie aan met aanbevelingen voor onze regeringen op vlak van klimaatbeleid, maar die heeft blijkbaar en helaas nog niet veel indruk kunnen maken.

De vraag is hoe we het dan wél gaan doen? Hoe gaan we de CO2-emissies terugdringen tot op een niveau dat ze niet meer schadelijk zijn? Hoe vermijden we dat het broeikaseffect groter wordt en tenslotte niet meer te stoppen zal zijn? Is het misschien inderdaad zinvol om de klimaatverandering, met een duur woord,  te ‘constitutionaliseren’? Moeten we, anders gezegd, de aanpak van de klimaatproblematiek niet in de Grondwet verankeren zodat de urgentie van de zaak eindelijk ernstig zou genomen worden? Hebben we nu niet genoeg tijd verloren? Hebben we niet genoeg geanalyseerd en is het niet de hoogste tijd om de hand aan de ploeg te slaan? Doorgaan met het lezen van “Alle hens aan dek voor het klimaat!”

Is er een toekomst voor het ‘Toekomstfonds’?

Vanavond beslist een bijzondere Algemene Vergadering (AV) van de Provinciale Brabantse Energiemaatschappij (PBE) over het lot van het zogenaamde ‘Toekomstfonds’.  Dat fonds zou éénmalig gespijsd worden met 35 miljoen euro en kan door de gemeenten uit het werkingsgebied van PBE worden aangesproken om projecten op vlak van klimaat (energie) en digitale transitie (smart city) te betalen.

Op de gemeenteraad van 24 oktober 2018 van Lubbeek haalde Theo Francken heel fel uit naar de idee van het ’Toekomstfonds’. Hij herhaalde daarbij ook verschillende keren dat  het idee voor dat ‘Toekomstfonds’ van mij en alleen van mij kwam. ‘Het ‘Toekomstfonds’ is een idee van T-i-e  R-o-e-f-s!’

De waarheid is natuurlijk anders, in ieder geval weer veel genuanceerder dan Theo Francken laat uitschijnen.

Op de digitale klimaatkaart delen Vlaams-Brabanders succesvolle projecten om CO2 te besparen.

Doorgaan met het lezen van “Is er een toekomst voor het ‘Toekomstfonds’?”

Anders gaan wonen langs Hoogwaardige Openbare Vervoer (HOV)-assen!

Mijn vader en moeder reden destijds veel kilometers met de auto om hun vier kinderen naar allerlei buitenschoolse activiteiten in de stad te brengen. Zelfs bij het uitgaan pikte mijn moeder ons soms ’s nachts op met de wagen. Ik prijs me gelukkig dat ik dat vanwege de nabijheid van alles maar zelden voor mijn eigen kinderen moet doen. Maar ik leer eruit hoe belangrijk het is om woonkernen aan te sluiten op zogenaamde Hoogwaardige Openbare Vervoer (HOV)-assen. We moeten ernaar streven om alle bijkomende woningen te bouwen rond haltes op HOV-assen. Rond die haltes ontwikkelen zich idealiter ook voorzieningen zoals winkels, lokale ontspanningsmogelijkheden en zelfs kleinschalige werkgelegenheid. Via een HOV-as kan je je makkelijk met de snelbus, tram of trein van de ene plek naar de andere verplaatsen.

 

Verschillende ideeën voor HOV-assen in Vlaams-Brabant liggen nu al op tafel. Zo zijn er in het kader van Brabantnet plannen voor een sneltram vanuit Willebroek die slechts zes stopplaatsen telt vóór de Brusselse Ring. Deze tram zou tijdens de spits om de tien minuten rijden en in de daluren en op zaterdag en zondag om het kwartier. Tot het Noordstation in Brussel bedraagt de reistijd 19 minuten vanuit Meise, 26 minuten vanuit Londerzeel en 32 minuten vanuit Breendonk. Die haltes zullen verknoopt zijn met een fietsnetwerk en lokale buslijnen en uitgerust zijn met voldoende pendelparking. Op eenzelfde wijze houdt de beoogde HOV-lijn tussen Diest en Leuven in het kader van Regionet slechts drie keer halt in Bekkevoort, drie keer in Tielt-Winge en één keer in Lubbeek. Dat is dus véél minder dan een bus die pakweg om de 200 meter halt houdt. Die beperking is nodig om een snelle connectie met de feitelijke eindbestemmingen te kunnen garanderen. Op de knelpunten garandeert een eigen bedding dat de sneltram niet mee in de file staat. Doorgaan met het lezen van “Anders gaan wonen langs Hoogwaardige Openbare Vervoer (HOV)-assen!”

WordPress.com.

Omhoog ↑