Toen ik in 2003 de stap naar Groen zette, had ik me al verdiept in de ecologie. Terwijl ik in het begin twijfelde of het wel de juiste keuze was om lid te worden van een partij, was ik al lang een overtuigde ecologiste. Voor mij is het ecologisme de alomvattende politieke ideologie volgens dewelke ik de maatschappij mee invulling geef en wil geven. Het ecologisme gelooft dat alle mensen fundamenteel gelijkwaardig zijn. “Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen” zou wijlen Thé Lau zingen. De maatschappij heeft de plicht om mensen die uit de boot dreigen te vallen, op te vangen in solidariteit. Daarvan ben ik ook innig overtuigd. Je zou kunnen stellen dat ecologisten die overtuiging gemeen hebben met socialisten.

Met christendemocraten delen ecologisten de overtuiging dat er dingen zijn die niet in geld uit te drukken zijn, maar die wel van groot belang zijn voor geluk. Met het liberalisme heeft het ecologisme dan weer gemeen dat we niet zo dol zijn op alles “wat van boven is opgelegd”. Er bestaan veel mythes over regeltjes en Groen. Maar in feite zijn ecologisten helemaal niet uit op regels om de regels. Voor ecologisten is het belangrijk om samen en van onderuit inhoud te geven aan de maatschappij. Het ecologisme is een beweging waar mensen de handen in elkaar slaan. Ecologisten geloven in de kracht van een actieve en participatieve democratie. Mensen zijn er vrij om creatief inhoud te geven aan een wereld die van “ons” en de toekomstige generaties is. Die laatsten moeten we de zekerheid bieden dat de aarde ook voor hen leefbaar blijft.

Ecologisten gaan uit van een heel positief mensbeeld. Mensen zijn voor ecologisten verantwoordelijke wezens die zich in relatie tot anderen en de wereld eindeloos kunnen verbeteren. Mensen kunnen volgens de ecologie zelf inhoud geven aan de wereldhuishouding en hebben geen behoefte aan een in hun plaats bedachte bestuurlijke orde. Ecologisten geloven in participatie en in de kracht van de politieke confrontatie om van de wereld een betere plek voor iedereen te maken.

Zoveel gelijkenissen, zoveel verschillen. Anders dan socialisten geloven ecologisten niet dat de oplossing voor armoede bestaat in het eindeloos groter maken van de taart. Ecologisten leggen de nadruk op een verdeling die uitgaat van de begrensde draagkracht van de planeet. Anders dan liberalen beklemtonen ecologisten dat er ook grenzen zijn aan de vrijheid. Voor ecologisten is vrijheid geen staat van ongebondenheid, maar realiseert vrijheid zich in relatie tot de medemens en moeder aarde. Economische groei die kritiekloos omgaat met de beschikbare middelen, zal volgens ecologisten voor veel onvrijheid zorgen.

In de partij Groen vond ik in 2003 de idealen van het ecologisme terug. Groen kiest voor een diepgaande totaalaanpak van problemen. Groen laat economische voortgang toe, maar vindt “genoeg” ook voldoende. Met Groen kies ik voor een wereld die “beter” boven “meer” verkiest, solidariteit boven uitsluiting stelt en de aarde als voorwaarde van bestaan koestert. Groen pakt de problemen en uitdagingen aan vanuit een globale kijk op de zaak. Groen heeft, net als een goed draaiend huishouden, oog voor de onderlinge relatie van beslissingen en de toekomstige gevolgen van genomen maatregelen. Daar hou ik van.

Delen, vrijheid en respect. Die drie woorden vatten samen wat het ecologisme en Groen voor mij betekenen. En terwijl ik ze zo neerschrijf, merk ik de parallel met de grote verlichtingsidealen op. Delen is eerlijker, vrijheid menselijker en respect gezonder. We kunnen onze maatschappij anders en beter organiseren. En Groen is er klaar voor. Groen en ik zijn klaar om nog meer werk te maken van een eerlijk, gezond en menselijk Vlaams-Brabant.

Advertenties