Zoeken

Tie Roefs blogt

En waarom zouden gedeputeerden niet met een Fiat rijden?

Eén van de punten op de provincieraad van Vlaams-Brabant van afgelopen dinsdag 5 november 2019 ging over de aankoop van nieuwe wagens. Om ervoor te zorgen dat oude dieselwagens vervangen worden door benzinewagens, plug-in hybride wagens of zelfs elektrische voertuigen, besliste de provincieraad dat de provincie toetreedt tot een raamovereenkomst van de Vlaamse overheid voor de operationele lease van personenwagens en lichte vrachtwagens.

Als Groenen onderschrijven we uiteraard het belang om het oude wagenpark te vervangen door nieuwe en schonere voertuigen. Maar in de inleidende tekst bij het besluit over de raamovereenkomst staat dat “jaarlijks 75.000 euro voorzien wordt voor de leasing van directiewagens van de vier gedeputeerden en de provinciegriffier”. Daar moesten wij toch wel even van slikken. Net als collega Louis Tobback trouwens, hoewel die zich ook meteen verontschuldigde met: “waarmee ik niet wil zeggen dat ik bekrompen ben en vind dat de gedeputeerden allemaal in een Fiat moeten rijden”.

75.000 euro maal zes, de termijn van een normale legislatuur, dat zou zomaar liefst even 450.000 euro zijn, enkel en alleen voor de wagens van de gedeputeerden en de provinciegriffier? Bijna een half miljoen euro! Dat is hetzelfde budget waarmee we in de vorige legislatuur alle klimaatprojecten van één begrotingsjaar financierden. Doorgaan met het lezen van “En waarom zouden gedeputeerden niet met een Fiat rijden?”

En de provincies…? Ze blijven bestaan!

‘Net als de Vlaamse Overheid zullen gemeenten, steden, intercommunales, OCMW’s, provincie en autonome gemeentebedrijven worden gevraagd dat ze hun broeikasgassen met 40% reduceren in 2030 ten opzichte van 2015’, staat er in het regeerakkoord van Jambon I te lezen. En ook in het kader van de economische ontwikkeling wordt verwezen naar de provincies ‘om met betrokkenheid van regionale sociale partners en stakeholders een strategie uit te werken’. De provincies gelden in het regeerakkoord zelfs als belangrijke actoren voor de ‘efficiëntere inzet van de financiële middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)’.

Waar is de tijd dat gewezen Minister voor Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans, vandaag voorzitter van het Vlaams Parlement, van de daken schreeuwde dat ze het provinciale bestuursniveau tot op het bot zou uitkleden? Ik maakte het in 2015 mee dat het provinciale inburgerings-en integratiebeleid ‘uitkantelde’ naar Vlaanderen om er de bevoegdheid te worden van het nieuwe Agentschap Integratie en Inburgering.  Ik was vanop de eerste lijn getuige, ook van het feit dat wat er gebeurde verre van ‘altijd goed’ was. De uitoefening van dezelfde persoonsgebonden bevoegdheden door Vlaanderen bleek in vele gevallen niet efficiënter en niet effectiever.

Maar het kan dus verkeren. De provincies zullen blijven bestaan. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat de N-VA, behalve in West-Vlaanderen, nu zelf in alle provincies mee bestuurt. Inhoudelijk maakt de aanwezigheid van de N-VA in het bestuur van Vlaams-Brabant trouwens (nog) geen groot verschil. Gedeputeerde Bart Nevens van de N-VA heeft totnogtoe geen verandering gebracht: er zijn nog geen accenten gelegd die wij als Groen al niet hadden gelegd op vlak van klimaat, dierenwelzijn of zelfs Noord-Zuid-samenwerking. Deze gedeputeerde doet vaak en graag heel schamper over de Groene fractie, maar in de feiten lijkt hij het grotendeels eens te zijn met het beleid dat we in het verleden in Vlaams-Brabant op de rails zetten.

Als gedeputeerde leerde ik alleszins de vele mogelijkheden van het provinciale bestuursniveau goed kennen. Ik ben dus eerder tevreden dat de provincies niet worden afgeschaft. Tegelijk blijf ik overtuigd dat we, zoals we ook in ons boekje ’20 groene doelen voor Vlaams-Brabant’ schreven, deverrommeling op het bovenlokaal bestuursniveau moeten aanpakken. Het feit dat vandaag provincies, intercommunales, zorg -en vervoersregio’s naast elkaar aan hetzelfde werken, blijft een jammerlijke zaak.

Ik ben het eens met gouverneur Lodewijk De Witte wanneer hij stelt dat er toch wel sprake is van een ongezonde concurrentie tussen intercommunales en provinciebesturen. Er is nood aan een hervorming die het samenspel tussen de lokale besturen en een streekbestuur op een goede manier uittekent.

De laatste jaren hebben we in het kader van de ‘hervorming van de provincies’ nogal wat voorbeelden gekend die het beleid op een Vlaams niveau ‘centraliseren’. Nochtans is er in de Scandinavische landen -landen die Vlaamse regering toch als voorbeeld bij uitstek neemt- duidelijk een tendens om te ‘decentraliseren’. In dit verband wees gouverneur Lodewijk De Witte er in zijn recentste en meteen ook laatste toespraak voor de provincieraad van Vlaams-Brabant op dat het aandeel van de Belgische lokale besturen in het BBP 7,2% bedraagt. In Finland is dat 21,9% en in Zweden 25,4%. De absolute kroon wordt gespannen door Denemarken met 33,5%.

In Vlaanderen blijft er op het institutionele vlak dus zeker werk aan de winkel. Groen is al langer voorstander van streekbesturen. In een ideale wereld zouden die in de plaats komen van de provinciale besturen enerzijds en de veel minder democratisch gelegitimeerde intercommunales anderzijds. Deze streekbesturen moeten garant staan voor een innovatief beleid op gedecentraliseerd niveau. Want zoveel is zeker. Vernieuwing komt van onderuit. Denk maar aan de Vlaams-Brabantse ‘mammobiel’, of de CO2-calculator voor het basisonderwijs die ook in Vlaams-Brabant het leven zag en nu in heel Vlaanderen beschikbaar zal worden gesteld.

Brengt klimaatverandering de knokkelkoorts ook naar Europa?

De afgelopen dagen verwittigden de Vlaamse media Belgische toeristen voor de knokkelkoorts in Azië. Niet onterecht. In Vietnam bijvoorbeeld nam het aantal dengue-patiënten de laatste jaren erg toe. Dat vertelden mijn goede vriend professor Ronald Geskus en zijn medewerker Le Thanh Hoang Nhat. Ronald en Nhat werken in Vietnam, maar vorige week waren zij in Leuven voor een congres over biostatistiek.

Er bestaan geen medicijnen om dengue te genezen, er bestaat ook geen vaccin om de ziekte te voorkomen. ‘Maar misschien verandert dat als de ziekte zal doorbreken in Europa?’, bedacht Nhat bij een koffie op de Oude Markt. Met de klimaatverandering zijn tropische ziekten in opmars in Europa. De kans bestaat dat dengue er meer zal voorkomen, en dat er bijgevolg meer middelen komen voor onderzoek ter voorkoming en genezing van de ziekte. Doorgaan met het lezen van “Brengt klimaatverandering de knokkelkoorts ook naar Europa?”

Te veel water!

Gisteren stond het huis van mijn broer Jan en zijn vrouw Joke in Turnhout in de Antwerpse Kempen onder water. En ook in het huis van mijn schoonzus Sofie was het alle hens aan dek om het water van de plotse hevige regen buiten te houden. Eerder deze week werden inwoners van Vlaams-Brabant ook niet gespaard van ‘te veel water’!.

We voelen de gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van hevige regenval en overstromingen alsmaar meer. Het gemiddeld aantal dagen per jaar waarop er zeer veel regen valt in België, is nagenoeg verdubbeld in vergelijking met zeventig jaar geleden. Die neerslag neemt de vorm aan van zware stortregens. Soms duren ze maar enkele minuten, maar ze veroorzaken overstromingen en modderstromen waarvan de gevolgen soms dagen later nog niet zijn opgekuist. Dat weten de inwoners van onze provincie die er al mee te maken kregen maar al te goed. Ik moet telkens slikken als ik weer eens Hagelanders – de eersten wonen op slechts enkele kilometers van waar ik zelf woon- slijk uit de kelder zie scheppen en zich een weg zie banen door de straten met het water tot op kniehoogte. In vergelijk viel het bij mijn broer en schoonzus gisteren dan nog mee.

Om modderstromen en overstromingen zoveel mogelijk te beperken, moeten we erosie vermijden. De provincie Vlaams-Brabant geeft steden en gemeenten dan ook subsidies voor het opstellen van een gemeentelijk plan om erosie te bestrijden en kleine werken uit te voeren met hetzelfde doel voor ogen. Die ingrepen moeten het afstromende water afremmen en de meegevoerde aarde doen bezinken. Het kan bijvoorbeeld gaan over aarden wallen, buffergrachten, erosiepoelen, houthakseldammen of grasgangen. Doorgaan met het lezen van “Te veel water!”

Klimaatbegroting Vlaams-Brabant nog niet voor morgen!

In  2015, toen Groen nog deel utmaakte van de bestuursmeerderheid in Vlaams-Brabant, overtuigden we vriend en vijand om in te stemmen met een plan om Vlaams-Brabant tegen 2040 klimaatneutraal te maken. Om niet in intenties te blijven hangen vertaalden we het klimaatbeleidsplan ook in een klimaatactieprogramma 2016-2019. Dat actieprogramma moet nu opvolging krijgen in een plan 2020-2023, gegeven dat de nieuwe bestuursmeerderheid het door Groen gestarte klimaatbeleid wil verder zetten.

Om de voortgang op vlak van klimaat goed te kunnen meten, stelden wij op de Vlaams-Brabantse provincieraad van 7 mei 2019 de aanname van een klimaatbegroting voor. Die klimaatbegroting wordt in onze visie gekoppeld aan het klimaatactieprogramma. Een klimaatbegroting geeft weer welke financiële middelen nodig zijn om de verschillende doelstellingen en acties van het klimaatactieprogramma te realiseren. Tegelijk wordt ook een prognose of raming gemaakt van de CO2-besparing die de verschillende doelstellingen en acties uit het klimaatactieprogramma met zich mee brengen. De klimaatbegroting wordt, net zoals de financiële begroting, jaarlijks voorgelegd aan de provincieraad. Zo kan de efficiëntie van genomen klimaatmaatregelen op de voet gevolgd worden door de verkozenen van het volk, en kunnen we ook de effectiviteit ervan in kaart brengen.

We zijn ervan overtuigd dat meten heel belangrijk is. Zo bleek bij  de evaluatie in 2017 van het klimaatactieprogramma 2016-2019 dat we goed op schema zaten, maar ook dat we nog helemaal geen reden tot juichen hebben. In 2015 en 2016 stootten we in Vlaams-Brabant weliswaar 1 % minder CO2uit dan in het referentiejaar 2011, maar met een uitstoot van respectievelijk 6.076.314 ton en 6.077.053 ton CO2deden we het in die jaren in Vlaams-Brabant minder goed dan in 2014.

Doorgaan met het lezen van “Klimaatbegroting Vlaams-Brabant nog niet voor morgen!”

9 mei

Wie mij de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd, weet dat ik een fervent aanhanger ben van het Europees project. Elk jaar op 9 mei sta ik er dan ook graag even bij stil. Vandaag is de dag waarop Robert Schuman in 1950 een voorstel deed om een Europees samenwerkingsverband op te zetten. Dat samenwerkingsverband kwam er en garandeert tot op de dag van vandaag dat we in Europa kunnen genieten van vrijheid, vrede en vooruitgang.

Ik vind het belangrijk dat we het Europees project koesteren. We moeten vermijden dat het wordt uitgehold door nationalistische reflexen. We moeten aan de slag met de schrik van mensen dat diversiteit identiteitsbeleving in de weg staat. We moeten zorgen voor geloof in de verzoening van wat was met alles wat zich vandaag als nieuw en zelfs vreemd aandient. Europa kan hierbij een heel belangrijke rol spelen.

Voor mij zijn de Europese verkiezingen de belangrijkste verkiezingen op 26 mei 2019. Ik ben dan ook superblij met de kandidatuur van Petra De Sutter voor het Europees Parlement. Petra is een uiterst intelligente vrouw. Ze heeft ook een beroep buiten de politiek waarin ze uitmunt. Wellicht mede daardoor benadert ze maatschappelijke uitdagingen altijd ten gronde en, zou je kunnen zeggen, ‘onthecht’ van persoonlijke en partijpolitieke belangen. Voor mij is Petra een voorbeeld. Ze stijgt uit boven de gemiddelde hedendaagse politica/politicus.  Petra was de afgelopen jaren superactief in de Raad voor Europa. Daar verrichtte ze onder meer baanbrekend werk rond de uitfasering van de donoranonimiteit.

Met Petra brengen we de hoop weer naar Europa. Zij is onze garantie op een toekomstgericht klimaatbeleid en een Europa van en voor de Europeanen. Al in 2009 schreef ik op mijn blog dat we de antwoorden die we vandaag zoeken niet solo slim kunnen verzinnen. Het zijn antwoorden waarvoor we Europa nodig hebben. Een sterk Europa weliswaar, een Europa van en voor de mensen. Petra is de beste garantie daarop! Doorgaan met het lezen van “9 mei”

‘Petit pays’…

Elk jaar probeer ik minstens één boek in het Frans te lezen. Onlangs viel mijn oog op het boekje dat mijn zoon dit semester voor school moet doornemen. En het kon niet beter uitkomen. In 1994 werkte ik in vervanging van iemand op zwangerschapsverlof bij 11.11.11., toen nog het Nationaal Centrum voor OntwikkelingsSamenwerking (NCOS). Het was het eerste werk waarvoor ik écht solliciteerde en het werd meteen een heel serieuze job. Wanneer president Habyarimana op 6 april 1994 uit de lucht wordt geschoten, is het alle hens aan dek voor de repatriëring en het in veiligheid brengen van Belgen en partners waarmee 11.11.11. samenwerkt. Er moeten ook snel standpunten ingenomen worden rond de positie van België en de rol van de Verenigde Naties en de blauwhelmen. Als verantwoordelijke voor de opvolging van het Belgische Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid moet ik meteen het onderste uit mijn kannetje halen. Ik word geconfronteerd met het absolute kwaad, maar ook met onvermogen om het vast te pakken. Wie is tenslotte absoluut goed en wie is zonder meer kwaad?

Rwanda in 2017

Het boek ‘Petit Pays’ van Gaël Faye speelt zich af in Burundi. De ‘ik’-figuur, Gaby, groeit er op als zoon van een Fransman en een Rwandese vluchtelinge. Lang voor de genocide van 1994 is de mama van Gaby in Burundi gearriveerd. “Maman et sa famille avaient quitté leur pays pour échapper aux tueries, massacres, guerres, pogroms, épurations, destructions, incendies, mouches tsé tsé, pillages, apartheid, viols, meurtres, règlements de comptes et que sais-je encore. Ils avaient fui ces problèmes et en avaient rencontré de nouveaux au Burundi – pauvreté, exclusion, quotas, xénophobie, rejet, boucs émissaires, depression, mal du pays, nostalgie. Des problèmes de réfugiés.”

Doorgaan met het lezen van “‘Petit pays’…”

Provinciaal dierenwelzijnsbeleid van Groen wordt verdergezet!

Op de provincieraad van 19 maart vroeg mijn collega Luka Augustijns wat de nieuwe provinciale bestuursploeg met het beleid op vlak van dierenwelzijn plant te doen? De nieuwe gedeputeerde voor dierenwelzijn (N-VA)  antwoordde bijna zo veel als ‘dat hij het beleid van Tie Roefs zal overnemen en verderzetten’.

In de voorbije bestuursperiode (2012-2018) wendden we als Groenen al onze overredingskracht aan om dierenwelzijn terug op de provinciale agenda te zetten. Het budget dat we vrij konden maken was beperkt, maar symbolisch belangrijk. In 2018 verdubbelen we zelfs de subsidies voor de dierenasielen.

Op de provincieraad van 19 maart werd duidelijk dat er verder ingezet zal worden op sensibilisering.  Net als wijzelf vindt de nieuwe gedeputeerde voor dierenwelzijn het van groot belang om iedereen in Vlaams-Brabant, met of zonder huisdier, gevoelig en aandachtig te maken voor het thema. Hoe minder dieren in een dierenasiel belanden, hoe beter. Thematische campages als Kies bewust voor een dier. Geef ze niet zomaar cadeaumoeten de Vlaams-Brabanders bij de les houden. Ze roepen op om te bezinnen alvorens een dier in huis te nemen of cadeau te doen. Doorgaan met het lezen van “Provinciaal dierenwelzijnsbeleid van Groen wordt verdergezet!”

Pleidooi voor een leerlijn klimaat!

Mijn zoon is weer vertrokken om te gaan manifesteren. Zijn vrienden en hij willen zich engageren voor de samenleving, voor het klimaat, voor hun toekomst. Voor scholen is het volgens mij een uitgelezen moment om met leerlingen rond klimaat aan de slag te gaan. Ik denk ook dat we de algemene kennis over klimaat dringend moeten bijspijkeren. Niet alleen om weerwoord te bieden aan mensen die, zoals Hieke Huistra afgelopen maandag in Trouw schreef, ‘misbruik maken van twijfel -het fundament van de wetenschap- om het klimaatprobleem te ontkennen’. Maar ook om tot oplossingen te komen. Een goed inzicht brengt nog altijd de beste antwoorden naar boven.

Onder meer Pieter Boussemaere, docent geschiedenis en klimaat aan de Vives Hogeschool in Brugge, pleitte in het verleden al voor een vak klimaat. Ik ben het met hem eens, of toch min of meer. We moeten in ieder geval vermijden dat we de kennisverwerving over klimaat in het secundair onderwijs alleen overlaten aan ‘Milieuzorg op School’ (MOS). Met alle welgemeende respect voor dit en soortgelijke projecten, maar de klimaatproblematiek gaan we niet oplossen door het onderwerp in de rand van de goede bedoelingen te blijven beschouwen. In oorzaak gaat het klimaatverhaal over bikkelharde sectoren. Het gaat over onze energieconsumptie en ons mobiliteitsgedrag, in antwoord hebben we er alle belang bij dat we fundamenteel ingrijpen op onze ruimtelijke ordening en dat we onze natuur veerkrachtiger maken.

Als een apart vak klimaat niet haalbaar is, dan hebben we in het secundair onderwijs baat bij een vakoverschrijdende leerlijn klimaat. Zo’n leerlijn wordt over verschillende jaren door verschillende vakken ingevuld. Zo brengt de klimaatuitdaging ons ook bij ethische vragen als ‘hoe ver we kunnen gaan in het uitputten van onze aarde?’ Wanneer leerlingen in de les aardrijkskunde de fysische gevolgen van de klimaatverandering bespreken, zouden ze zich in de les godsdienst of moraalwetenschappen best over dit soort vragen kunnen ontfermen. ‘Er is geen planeet B’, scanderen onze kinderen vandaag. Waarom laten we hen dan in de les economie, naast Adam Smith, niet ook systematisch kennis maken met het economisch donutmodel van Kate Raworth? En is het niet nodig dat leerlingen in de les geschiedenis of PAV vernemen dat de gevolgen van de klimaatverandering nu al groter zijn voor hen die er het minst verantwoordelijk voor zijn? Of dat we er de vraag behandelen wat we gaan doen met de miljoenen klimaatvluchtelingen die we tegen 2050 verwachten? Doorgaan met het lezen van “Pleidooi voor een leerlijn klimaat!”

WordPress.com.

Omhoog ↑