Zoeken

Tie Roefs blogt

Een extra financieel duwtje voor de Vlaams-Brabantse NGO’s?

De Coronacrisis spaart de ontwikkelingslanden niet. Integendeel. De economieën van de landen in ontwikkeling hangen in vele gevallen af van slechts een paar economische sectoren. Die grote afhankelijkheid van weinig gediversifieerde economieën zorgt ervoor dat ‘de kleine man/vrouw’ in ontwikkelingslanden de gevolgen van de Coronacrisis keihard voelt. Afgelopen week zag ik nog een reportage over hoe woekeraars wereldwijd profiteren van situaties waarin gezinnen plots helemaal zonder inkomen vallen.

Op 13 december 2020 diende ik op de provincieraad van Vlaams-Brabant een vraag in om de fondsenwervingscampagnes van de NGO’s voor ontwikkelingssamenwerking die gevestigd zijn in Vlaams-Brabant of die er een werking hebben, uitzonderlijk met een financiële bonus tegemoet te komen. Bij de aanpassing van het meerjarenplan in november 2020 konden we immers vaststellen dat de investeringen van het provinciebestuur lang niet het vooropgestelde ambitieniveau bereiken: het geld dat is voorzien wordt  verre van aangesproken! We zien dan ook mogelijkheden om de initiatieven van NGO’s voor ontwikkelingssamenwerking die door Corona worden bedreigd, financieel een duwtje in de rug te geven.

In Coronatijden is fondsen werven bijna onmogelijk. We hebben zo kunnen vaststellen dat de heel bekende campagne van de koepel van Noord-Zuidorganisaties in november, 11.11.11, veel te weinig financiële middelen opbracht om de werking te kunnen verderzetten zoals gewoonlijk. Op dit ogenblik heeft Rikolto, het vroegere Vredeseilanden, haar jaarlijkse fondsenwervingscampagne. Na Rikolto in januari volgen traditioneel de campagnes van Broederlijk Delen en Wereldsolidariteit.

Als NGO voor ontwikkelingsgebonden samenwerking poogt Rikolto zoveel mogelijk financiële middelen te mobiliseren om het recht op ‘goed eten’ voor zoveel mogelijk mensen ter wereld te garanderen. De Bourgondiër in ons is misschien al aan het watertanden, maar de bittere realiteit is natuurlijk dat de brooddozen van alsmaar meer kinderen in Vlaanderen en België niet of met weinig kwaliteitsvol voedsel gevuld zijn. Wereldwijd hebben kinderen nog steeds weinig of helemaal geen toegang hebben tot ‘goed voedsel’.

De campagne van Rikolto is intrinsiek waardevol. Ze verplicht ons stil te staan bij het feit dat meer dan 16% van de Belgen in armoede leven. Ze toont zo aan dat het traditionele ‘Zuiden’ in het ‘Noorden’ zit, en omgekeerd. De roep van Rikolto om ‘goed eten’ is dan ook een universeel appèl, een dringende uitnodiging om de Sustainable Development Goal (SDG) ‘nooit meer honger’ waar te maken. Goed eten is ook ‘duurzaam eten’. Het is eten dat geproduceerd wordt zonder de draagkracht van de aarde aan te tasten. En dat laatste is in ons aller belang. De Coronacrisis is met grote waarschijnlijkheid veroorzaakt doordat we de natuur en de dieren te weinig ongemoeid hebben gelaten. Ze leert ons dat ‘zorgen voor onze leefomgeving’ noodzakelijk is om crisissen zoals we die vandaag meemaken in de toekomst te voorkomen. Alles hangt met alles samen. Onze wereld is één groot dorp.

We kijken dan ook uit naar een positieve respons van het provinciebestuur op onze oproep! We willen geen ‘cadeautjes’ geven zoals gedeputeerde Bart Nevens (N-VA) op de provincieraad van 15 december 2020 liet verstaan dat onze intentie zou zijn. We willen het geld van de Vlaams-Brabander gewoon goed besteden: we willen ermee voor zorgen dat de Coronacrisis de kloof tussen arm en rijk in de wereld niet nog groter maakt.

img_4764-2

‘Dwarsgedachten’

Mijn grootmoeder langs vaderszijde was actief in de gewestleiding van de kajotsters. Monseigneur Jozef Cardijn was haar idool. Vandaag heb ik het op het strand met mijn zoon over enkele ‘Dwarsgedachten’ van Louis Tobback. Mijn zoon is enthousiast over het boek met de gelijknamige titel, in 2019 geschreven door Jan Lippens in gesprek met de voormalige burgervader van Leuven. Wat zou mijn grootmoeder ervan vinden dat haar 18-jarige achterkleinzoon zich aangetrokken voelt door het socialisme van Louis? Zou ze er iets op tegen hebben? Zou haar engagement in de Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ) inderdaad geïnspireerd geweest zijn door de strijd tegen het rode gevaar zoals Louis beweert? Zou ‘oma’ écht gedreven geweest zijn om ‘de oprukkende verderfelijke invloed van het socialisme op de arbeidersjeugd in te dijken’?

Van tot waar hij al gelezen heeft, vindt mijn zoon de visie van Louis Tobback op asiel en migratie het interessants: ‘links heeft te weinig tot geen verhaal als het op dat thema aankomt’, stelt hij, ‘in de visie van Tobback kan ik mij wel vinden’. ‘Het is logisch dat we binnen laten wie we nodig hebben’, vervolgt hij, ‘en dat we zorgen voor wie in échte nood verkeert’. ‘De basis van het asiel- en migratiebeleid moet solidariteit zijn. Die realiseren we trouwens ook met goede ontwikkelingssamenwerking. Ik ben het eens met Tobback dat we mensen wereldwijd moeten helpen proces te maken, een proces dat we ook zelf gelopen hebben,  rond bijvoorbeeld betere arbeidsvoorwaarden. Dat is een veel beter recept dan dat alle mensen met slechte loonvoorwaarden naar hier komen.’ Doorgaan met het lezen van “‘Dwarsgedachten’”

Leugens in het halfrond, halve waarheden op de gang!

 

Het geloof in de politiek zoals we die vandaag nog steeds kennen, taant. Moet de politiek wel bedreven worden door beroepsmensen? Zijn zij de beste garantie dat de wil van het volk zal worden behartigd?

In zijn boekje Tegen verkiezingen wijst David Van Reybrouck erop dat de democratie zoals we die vandaag kennen steeds meer in het slop geraakt. Steeds minder mensen gaan stemmen, kiezers worden grilliger in hun keuze en het ledenaantal van politieke partijen loopt dramatisch terug. Van Reybrouck spreekt van een democratisch vermoeidheidssyndroom. Om dit vermoeidheidssyndroom te bestrijden wil hij terugkeren naar het democratisch principe van de loting. Net als ikzelf heeft Van Reybrouck les gekregen van professor Herman Verdin, door ons studenten kortweg ‘Verdin’ genoemd. In zijn boekje herinnert Van Reybrouck hoe Verdin al waarschuwde voor de ‘oligarchisering van onze democratie’: een democratie waar slechts enkelen het écht voor het zeggen hebben. De Atheense burgers zouden zich niet herkend hebben in hoe wij onze democratie vandaag invulling geven. Door een systeem van loting én snelle rotatie was immers minstens 50% van de Atheense burgers boven de dertig jaar ooit zelf raadslid.

“Loting had zo zijn voordelen, ging Verdin op rustige toon verder. Het doel was om de persoonlijke invloed te neutraliseren. In Rome had men zulks niet, met talloze omkoopschandalen tot gevolg. Bovendien waren in Athene functies eenjarig en was men in de regel niet herkiesbaar. Op alle niveaus moesten burgers immers zoveel mogelijk wisselen. Men wilde een zo groot mogelijke groep laten participeren en aldus gelijkheid realiseren. Loting en rotatie zaten werkelijk in het hart van het Atheense democratische systeem.” (David Van Reybrouck, Tegen Verkiezingen, p. 61)

Doorgaan met het lezen van “Leugens in het halfrond, halve waarheden op de gang!”

En waarom zouden gedeputeerden niet met een Fiat rijden?

Eén van de punten op de provincieraad van Vlaams-Brabant van afgelopen dinsdag 5 november 2019 ging over de aankoop van nieuwe wagens. Om ervoor te zorgen dat oude dieselwagens vervangen worden door benzinewagens, plug-in hybride wagens of zelfs elektrische voertuigen, besliste de provincieraad dat de provincie toetreedt tot een raamovereenkomst van de Vlaamse overheid voor de operationele lease van personenwagens en lichte vrachtwagens.

Als Groenen onderschrijven we uiteraard het belang om het oude wagenpark te vervangen door nieuwe en schonere voertuigen. Maar in de inleidende tekst bij het besluit over de raamovereenkomst staat dat “jaarlijks 75.000 euro voorzien wordt voor de leasing van directiewagens van de vier gedeputeerden en de provinciegriffier”. Daar moesten wij toch wel even van slikken. Net als collega Louis Tobback trouwens, hoewel die zich ook meteen verontschuldigde met: “waarmee ik niet wil zeggen dat ik bekrompen ben en vind dat de gedeputeerden allemaal in een Fiat moeten rijden”.

75.000 euro maal zes, de termijn van een normale legislatuur, dat zou zomaar liefst even 450.000 euro zijn, enkel en alleen voor de wagens van de gedeputeerden en de provinciegriffier? Bijna een half miljoen euro! Dat is hetzelfde budget waarmee we in de vorige legislatuur alle klimaatprojecten van één begrotingsjaar financierden. Doorgaan met het lezen van “En waarom zouden gedeputeerden niet met een Fiat rijden?”

En de provincies…? Ze blijven bestaan!

‘Net als de Vlaamse Overheid zullen gemeenten, steden, intercommunales, OCMW’s, provincie en autonome gemeentebedrijven worden gevraagd dat ze hun broeikasgassen met 40% reduceren in 2030 ten opzichte van 2015’, staat er in het regeerakkoord van Jambon I te lezen. En ook in het kader van de economische ontwikkeling wordt verwezen naar de provincies ‘om met betrokkenheid van regionale sociale partners en stakeholders een strategie uit te werken’. De provincies gelden in het regeerakkoord zelfs als belangrijke actoren voor de ‘efficiëntere inzet van de financiële middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)’.

Waar is de tijd dat gewezen Minister voor Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans, vandaag voorzitter van het Vlaams Parlement, van de daken schreeuwde dat ze het provinciale bestuursniveau tot op het bot zou uitkleden? Ik maakte het in 2015 mee dat het provinciale inburgerings-en integratiebeleid ‘uitkantelde’ naar Vlaanderen om er de bevoegdheid te worden van het nieuwe Agentschap Integratie en Inburgering.  Ik was vanop de eerste lijn getuige, ook van het feit dat wat er gebeurde verre van ‘altijd goed’ was. De uitoefening van dezelfde persoonsgebonden bevoegdheden door Vlaanderen bleek in vele gevallen niet efficiënter en niet effectiever.

Maar het kan dus verkeren. De provincies zullen blijven bestaan. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat de N-VA, behalve in West-Vlaanderen, nu zelf in alle provincies mee bestuurt. Inhoudelijk maakt de aanwezigheid van de N-VA in het bestuur van Vlaams-Brabant trouwens (nog) geen groot verschil. Gedeputeerde Bart Nevens van de N-VA heeft totnogtoe geen verandering gebracht: er zijn nog geen accenten gelegd die wij als Groen al niet hadden gelegd op vlak van klimaat, dierenwelzijn of zelfs Noord-Zuid-samenwerking. Deze gedeputeerde doet vaak en graag heel schamper over de Groene fractie, maar in de feiten lijkt hij het grotendeels eens te zijn met het beleid dat we in het verleden in Vlaams-Brabant op de rails zetten.

Doorgaan met het lezen van “En de provincies…? Ze blijven bestaan!”

Brengt klimaatverandering de knokkelkoorts ook naar Europa?

De afgelopen dagen verwittigden de Vlaamse media Belgische toeristen voor de knokkelkoorts in Azië. Niet onterecht. In Vietnam bijvoorbeeld nam het aantal dengue-patiënten de laatste jaren erg toe. Dat vertelden mijn goede vriend professor Ronald Geskus en zijn medewerker Le Thanh Hoang Nhat. Ronald en Nhat werken in Vietnam, maar vorige week waren zij in Leuven voor een congres over biostatistiek.

Er bestaan geen medicijnen om dengue te genezen, er bestaat ook geen vaccin om de ziekte te voorkomen. ‘Maar misschien verandert dat als de ziekte zal doorbreken in Europa?’, bedacht Nhat bij een koffie op de Oude Markt. Met de klimaatverandering zijn tropische ziekten in opmars in Europa. De kans bestaat dat dengue er meer zal voorkomen, en dat er bijgevolg meer middelen komen voor onderzoek ter voorkoming en genezing van de ziekte. Doorgaan met het lezen van “Brengt klimaatverandering de knokkelkoorts ook naar Europa?”

Te veel water!

Gisteren stond het huis van mijn broer Jan en zijn vrouw Joke in Turnhout in de Antwerpse Kempen onder water. En ook in het huis van mijn schoonzus Sofie was het alle hens aan dek om het water van de plotse hevige regen buiten te houden. Eerder deze week werden inwoners van Vlaams-Brabant ook niet gespaard van ‘te veel water’!.

We voelen de gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van hevige regenval en overstromingen alsmaar meer. Het gemiddeld aantal dagen per jaar waarop er zeer veel regen valt in België, is nagenoeg verdubbeld in vergelijking met zeventig jaar geleden. Die neerslag neemt de vorm aan van zware stortregens. Soms duren ze maar enkele minuten, maar ze veroorzaken overstromingen en modderstromen waarvan de gevolgen soms dagen later nog niet zijn opgekuist. Dat weten de inwoners van onze provincie die er al mee te maken kregen maar al te goed. Ik moet telkens slikken als ik weer eens Hagelanders – de eersten wonen op slechts enkele kilometers van waar ik zelf woon- slijk uit de kelder zie scheppen en zich een weg zie banen door de straten met het water tot op kniehoogte. In vergelijk viel het bij mijn broer en schoonzus gisteren dan nog mee.

Om modderstromen en overstromingen zoveel mogelijk te beperken, moeten we erosie vermijden. De provincie Vlaams-Brabant geeft steden en gemeenten dan ook subsidies voor het opstellen van een gemeentelijk plan om erosie te bestrijden en kleine werken uit te voeren met hetzelfde doel voor ogen. Die ingrepen moeten het afstromende water afremmen en de meegevoerde aarde doen bezinken. Het kan bijvoorbeeld gaan over aarden wallen, buffergrachten, erosiepoelen, houthakseldammen of grasgangen. Doorgaan met het lezen van “Te veel water!”

WordPress.com.

Omhoog ↑