Zoeken

Tie Roefs blogt

Tag

wereld

Brengt klimaatverandering de knokkelkoorts ook naar Europa?

De afgelopen dagen verwittigden de Vlaamse media Belgische toeristen voor de knokkelkoorts in Azië. Niet onterecht. In Vietnam bijvoorbeeld nam het aantal dengue-patiënten de laatste jaren erg toe. Dat vertelden mijn goede vriend professor Ronald Geskus en zijn medewerker Le Thanh Hoang Nhat. Ronald en Nhat werken in Vietnam, maar vorige week waren zij in Leuven voor een congres over biostatistiek.

Er bestaan geen medicijnen om dengue te genezen, er bestaat ook geen vaccin om de ziekte te voorkomen. ‘Maar misschien verandert dat als de ziekte zal doorbreken in Europa?’, bedacht Nhat bij een koffie op de Oude Markt. Met de klimaatverandering zijn tropische ziekten in opmars in Europa. De kans bestaat dat dengue er meer zal voorkomen, en dat er bijgevolg meer middelen komen voor onderzoek ter voorkoming en genezing van de ziekte. Doorgaan met het lezen van “Brengt klimaatverandering de knokkelkoorts ook naar Europa?”

Gaan Vlaams-Brabantse gemeenten voor de realisatie van universele doelstellingen?

27313174266_560037ebae_o Er zijn best van die dagen dat ik me afvraag waar ik mee bezig ben? Of beter: waar datgene waar ik dag-in-dag-uit aan werk tenslotte allemaal toe bijdraagt? Doorgaan met het lezen van “Gaan Vlaams-Brabantse gemeenten voor de realisatie van universele doelstellingen?”

Een bewogen zomer 2014…

Ik kan me maar weinig zomers herinneren waarin het nieuws zo snel ging als dit jaar. Ik kan me ook maar weinig zomers herinneren dat ik me zo’n zorgen maakte over het wereldgebeuren. Zouden deze gevoelens zich misschien ook meester gemaakt hebben van mensen in juli 1914? Of was honderd jaar geleden iedereen er inderdaad gerust in dat ‘ze’ het wel zouden oplossen?

Ik vernam het nieuws over het neerstorten van de boeiing van Malaysia Airlines in de auto. De vrees dat een dierbare vriend onderweg was naar het Aidscongres in Melbourne en op de betrokken vlucht zou zitten, bleek na enkele dagen gelukkig ongegrond. Maar ander slecht nieuws bleef wel degelijk volgen.

Vladimir Poetin bleek helemaal niet onder de indruk van de kijverij van Europa. Europa maakte eens te meer geen vuist. Niet rond de situatie in Oekraïne, niet rond de schendingen van de mensenrechten door Benjamin Netanyahu, niet inzake de oprichting(en) van Islamitische Staten en de krachtdadige ondersteuning in dit verband van het Koerdische verzet. Het gonsde ervan op terrasjes in Frankrijk en Spanje. Hoe kunnen we in hemelsnaam zo onvermogend zijn?

Brug van Ai Weiwei Middelheimmuseum Antwerpen
Brug van Ai Weiwei
Middelheimmuseum Antwerpen – Zomer 2014

Toen ik vanmorgen na een paar weken het provinciehuis van Vlaams-Brabant weer binnenkwam, viel het me op dat de klaprozen van wijlen kunstenares Anita Huybens veel centraler in de hall stonden opgesteld. Dat maakte me wél blij. Iemand anders vond blijkbaar ook dat het van de daken moest worden geschreeuwd : “Wij zeggen meer dan ooit ‘neen’ aan oorlog en geweld”.

Ik kan me weinig zomers herinneren waarin het nieuws zo snel ging als dit jaar 2014. Maar ik kan me ook maar weinig zomers herinneren waarin ik zo veel interessante gesprekken met de kinderen had. Ze worden ouder en willen ook greep krijgen op de wereld die hen omringt. Waarom wil die nieuwe minister-president Bourgeois de provincies afschaffen ? Om geld te besparen? Of om dingen die goed zijn voor de samenleving beter te kunnen realiseren?

Aan mijn kinderen liet ik verstaan dat ik, van mijn kant, hoop dat de verschillende beleidsniveaus in Vlaanderen zich de volgende maanden en jaren interbestuurlijk beter zullen willen organiseren. Ik ben voor een efficiëntere en effectievere dienstverlening door de overheid. Maar om dat te realiseren, is het nodig dat de interne staatshervorming wordt opengetrokken en zich niet langer beperkt tot het inmiddels bijna sloganeske ‘schaf de provincies (en haar middelen) af!’.

Het huidige debat over energievoorziening bijvoorbeeld maakt duidelijk dat lokale overheden nuttige afspraken kunnen maken over hoe ze de lokale energievragen in de toekomst duurzaam zullen kunnen (en moeten) opvangen. Het zou zelfs zinvol kunnen zijn om de gemeenten van Vlaams-Brabant die recent het Europese burgemeestersconvenant ondertekenden, interlokaal te verenigen rond het behalen van CO2-neutrale doelstellingen.

Mont Ventoux 2014
Mont Ventoux
Zomer 2014

Als we met minder middelen meer vooruit willen gaan, dan moeten de verschillende bestuursniveaus van Vlaanderen beter met elkaar delen en meer van elkaar willen leren. Mij lijkt het provinciale beleidsniveau vooralsnog een geschikt niveau om efficiënte en effectieve interlokale processen te faciliteren. Met 72 verkozenen blijft de provincieraad voorlopig ook het orgaan bij uitstek om te waken over het democratische verloop van het interlokaal gebeuren.

 

 

‘The First Grader’

Morgen zijn het verkiezingen in Kenia. Zoveel weet ik omdat ik deze hele zondagnamiddag bezig geweest ben met het land. Mijn leerlingen gaan volgende week, in het kader van het Afrika Filmfestival, naar een voorstelling van ‘The First Grader’. En dat doen ze best goed voorbereid.

‘The First Grader’ (2010) werd  geregisseerd door Justin Chadwick. De film vertelt het waargebeurde levensverhaal van Maruge. De film begint in 2003. Op de radio wordt aangekondigd dat de Keniaanse regering gratis onderwijs organiseert. Voor iedereen! Dat heeft ook de 84-jarige Keniaanse dorpsbewoner Maruge gehoord. Hij meldt zich aan bij de plaatselijke basisschool: hij wil nog leren lezen en schrijven.

Maruge is een strijder. In de jaren 1952 tot 1959 is Maruge lid van de ‘Mau Mau’. Deze beweging strijdt voor de onafhankelijkheid van Kenia. Maruge zet zich in, maar de prijs voor zijn engagement is groot. Zijn gezin wordt door de Britten vermoord. Maruge zelf belandt in de gevangenis.

Velen hebben kritiek op het feit dat Maruge zich op zijn leeftijd nog wil inschrijven voor de basisschool. Maar Maruge gelooft in ‘de macht van de pen’. Hij is ervan overtuigd dat onderwijs de Kenianen zal helpen bij hun emancipatie.

De laatste jaren heeft Kenia sterk geïnvesteerd in onderwijs. In totaal zou de Keniaanse overheid 5%  van haar inkomen aan onderwijs spenderen. De inschrijvingsgelden voor het basisonderwijs werden ook afgeschaft. Hierdoor steeg het totale percentage inschrijvingen van 62% in 1999 naar 83% in 2009.

Op http://efareport.wordpress.com schrijft Pauline Rose, directeur van het ‘Education for All Global Monitoring Report’, dat onderwijs een belangrijk thema was in de aanloop naar  de presidentsverkiezingen van morgen. Er werd terecht gesproken over de kwaliteit van het onderwijs, het gebrek aan gekwalificeerde leerkrachten en de noodzakelijke maatregelen om  de doorstroom van de leerlingen naar het secundair onderwijs te verzekeren.

Maar  tegelijk, wijst Rose erop, moet de overheid verder gaan. Kinderen uit de sloppenwijken bijvoorbeeld hebben nog steeds moeilijk tot helemaal geen toegang tot onderwijs. Een bewering die de cijfers bevestigen. In 2008 ging 4% van de 7 tot 16-jarigen nog nooit naar school. De meeste kinderen in het basisonderwijs zitten ook niet op leeftijd. 20% van de 15 tot 24-jarigen maakt het basisonderwijs niet af. Ook zonder inschrijvingsgeld blijft onderwijs een dure en voor een aanzienlijk aantal Kenianen een niet altijd haalbare zaak.

Het Afrika Filmfestival 2013 gaat door van 15 maart tot 30 maart : http://www.afrikafilmfestival.be . Het festival komt tot stand met de financiële steun van de provincie Vlaams-Brabant.

Mijn ‘Big Jump’ in de Dijle Leuven 2012

Groene energie!

Na de tweede wereldoorlog (1940-1945) heerste er ‘een universeel smachten naar vrede (Keynes), waar men van Washington tot Praag op reageerde met de invoering van sociale vangnetten in de naoorlogse overheidsstructuren. De benaming ‘sociale zekerheid’ werd een wereldwijde verwijzing naar de instituties die een terugkeer naar de rampspoed van het interbellum onmogelijk moest maken’. Dat schrijft de in augustus 2010 overleden  historicus Tony Judt in zijn laatste werk ‘Het land is moe. Verhandeling over onze ontevredenheid’. 

Meer dan vijfenzestig jaar later -en zoveel kan ik in mijn werk als leraar bijna dagelijks vaststellen- zijn weinig mensen zich echter nog bewust van het ‘algemeen goede’ dat een keuze voor  ‘gemengde economieën’ in de wereld na 1945 met zich meebracht. Integendeel, en zo ben ik het ook volkomen eens met Tony Judt, heeft het succes van de naoorlogse politiek ertoe geleid dat we ‘sociale verzekering’ zodanig als een evidentie en verworven recht zijn gaan zien dat we ons nog nauwelijks bewust zijn van de tegenspraak met ons groeiend pleidooi voor ‘minder belastingen, regels en bemoeienis van de overheid’.

Maar wat als je kind ziek wordt? Of de aarde beeft en kernrampen dreigen? Dan verandert het perspectief voor mijn leerlingen, jongeren de dag van vandaag, wel degelijk.  Want zelfs als zij ‘groot geworden zijn in een wereld van ‘economistisch’ denken en wel eens geobsedeerd lijken door het najagen van materiële zaken’, dan willen zij ten lange laatste natuurlijk ook alleen maar kunnen vertrouwen dat er ‘iemand’ is die voor hen zal zorgen in tijden van onheil en nood. Zij begrijpen immers heel goed dat, hoe altruïstisch ze ook zouden ingesteld zijn, zij alleen geen dijk zouden kunnen opwerpen tegen een alles verwoestende tsunami. 

In zijn boek wijst Tony Judt erop dat ‘sociaaldemocraten’ vergeten zijn hoe ze ‘waar ze voor staan en waarvoor ze willen gaan’ onder woorden moeten brengen. ‘Het wegvallen van een historisch onderbouwd verhaal opent bovendien de weg voor de politiek van belangen,  de politiek van afgunst en de politiek van herverkiezing.’ De politiek van vandaag weegt te licht, meent Judt, en de moed van de voorgangers in de decennia na de tweede wereldoorlog  van de 20ste eeuw is zoek.

Mij lijkt het dat we als ecologisten te leren hebben van het testament van Tony Judt aan het adres van de ‘sociaaldemocraten’. Er staan ons, ‘politieke ecologisten’, immers ook heel wat uitdagingen  te wachten om het vertrouwen in ‘ons verhaal’ te doen toenemen.

Ik geloof uiteraard dat wij, ecologisten, een sterk verhaal hebben dat bovendien aansluiting  vindt bij heel fundamentele menselijke behoeften als het hebben van een ‘veilig gevoel’. Ik denk echter ook dat we ons nog veel meer moeten inspannen om de vertaling en de verbinding te kunnen maken. De leerlingen waar ik mee werk, zoals ook de meeste mensen die ik ken, zijn helemaal geen ‘egoïsten’. Bij gebrek aan heldere en contextuele duiding, zien ze zich echter vaak geen ander doel om na te jagen dan ‘carrières die veel geld in het laatje brengen’. 

 Wij, ecologisten, hebben dus een verhaal te vertellen. Wij hebben een ‘gemeenschappelijk doel’ dat we, door de boer op te gaan, met andere mensen kunnen delen. Het is aan ons om dat,  zoals ik de Duitse Groen!en zichzelf op de Duitse televisie onlangs ook hoorde evalueren en bekritiseren, op een hoopvolle en positieve manier te doen. We brengen geen onheilsboodschappen en zijn meer dan alleen maar tégen kernenergie. Wij gaan vooral voor ‘groene energie’, omdat zulks, veel meer dan enkel markteconomische parameters in acht genomen, rationeel gewoon de beste keuze is.  Met ‘groene energie’ hoeven we niet meer bang te zijn voor ons eigen leven, en kunnen we bovendien gerust zijn dat we de volgende generatie niet opzadelen met onze eigen ‘shit’.

 

 

‘Vierkant voor solidariteit’

Zoals voor lezers van deze blog al wel duidelijk zal zijn geworden, geloof ik het ook. Ik denk inderdaad dat we verder zullen evolueren naar een wereld waarin de natiestaat als belangrijkste politieke referentie verdwijnt, en dat ‘nieuwe’ omschrijvingen als Europa in de toekomst alleen maar belangrijker zullen worden.

Anders dan de NV-A zie ik in deze ‘evolutie’ echter geen rechtvaardiging voor de roep om een onafhankelijk Vlaanderen. Laat staan dat ik ervan overtuigd zou zijn dat de wereld ook maar een klein beetje beter zou worden van het beklemtonen van wat mensen van elkaar onderscheidt. En laat staan dat ik, net als NV-A, zou willen geloven dat de welvaart van de ene alleen maar zou kunnen gegarandeerd worden op de kop van de ander.

Neen. Ik geloof niet dat samenlevingen er baat bij hebben om ongelijkheid te vermeerderen. Wel integendeel: ik geloof dat de toekomst van een welvarende ‘Europese’ samenleving zal afhangen van de mate waarin we erin zullen slagen mensen te behoeden voor ‘verongelijking’ en ‘uitsluiting’. 

Want zoveel is, zoals ook Rik Coolsaet en John Vandaele vandaag in de Standaard onder de aandacht brengen, duidelijk: “hoe groter de inkomensongelijkheid in samenlevingen, hoe meer mentale ziektes, vetzucht, tienerzwangerschappen, geweld, gevangenen, en hoe minder lang de mensen er leven”.

Ik ga dan ook ‘vierkant voor solidariteit’ om het eens met de woorden van het ACV te zeggen. Want zoveel is ook zeker: als Meyrem Almaci afgelopen week een oprechte oproep richtte aan SP-A om samen te bekijken hoe we de sociale zekerheid na 14 juni kunnen versterken, dan denk ik dat het belangrijk is om deze oproep open te trekken naar álle progressieve krachten in Vlaanderen en in dit land.

Duurzame investeringen zullen volgens mij leiden tot meer rechtvaardigheid zoals alleen rechtvaardigheid de duurzaamheid van geleverde inspanningen zal kunnen veilig stellen. Maar het spreekt voor zich: voor de realisatie van een politiek van rechtvaardige duurzaamheid zullen de krachten van vele verschillende actoren, werknemers én werkgevers, moeten geconcerteerd worden,  veel meer dan ooit tevoren en over vele ‘traditionele’ scheidingslijnen heen.

9 mei

Met de crisis in Griekenland en een Euro onder zware druk, zou een mens bijna vergeten dat het vandaag ook een feestdag is. Vandaag, zoals elk jaar op 9 mei, is het immers ‘Dag van Europa’. Vandaag is het de dag waarop Robert Schuman in 1950 zijn voorstel deed om een Europees samenwerkingsverband op te zetten. Inmiddels een ‘Europese Unie’ van mensen die zouden moeten kunnen leven in vrijheid, vrede en solidariteit. Een Unie met een hele grote diversiteit aan landen, maar ook met één heel eigen volkslied. Een lied waarvan mijn zoontje alvast de tonen kent en verder zoekt op zijn gitaar…

“La vie est belle”

Er was eens een meisje dat Sili heette. Op twee krukken probeerde ze wat de jongens haar voordeden: ze verkocht ‘de Zon’. Met succes. Want ondanks haar handicap en het aanhoudende getreiter en geweld van de andere krantenverkopers werd zij de beste van Dakar… Zo vertelt Djibril Diop Mambety in 1998 met zijn film “La petite vendeuse de Soleil”, een prachtig document in een reeks films over mensen die volgens de regisseur ‘naief genoeg zijn om moedig te blijven’.

Ik heb “La Petite vendeuse de Soleil”, net als vele andere films uit Afrika, leren kennen op het Afrika Filmfestival van Leuven. Dat festival is vandaag aan haar 15de editie toe en heeft in de voorbije jaren een onmiskenbare steen bijgedragen aan de realisatie van de interculturele wereldsamenleving. Door films uit Afrika, de Arabische wereld en de diaspora te programmeren, heeft het festival immers stemmen naar Vlaanderen gebracht die hier anders nauwelijks tot helemaal niet zouden zijn gehoord.

Aanstaande vrijdag vangt het 15de festival aan met “Shirley Adams”, een film uit 2009 van de jonge Zuid-Afrikaan Oliver Hermanus. Bijzondere aandacht gaat dit jaar ook naar producties uit en over Congo. Zo staat de eerste Congolese langspeelfilm “La vie est belle” ook nog eens op het programma. Deze film uit 1987 van Benoit Lamy en Mweze Ngangura verbeeldt het verhaal van een arme boer die naar Kinshasa trekt om er zijn geluk als muzikant te vinden…

Meer informatie over het Afrika Filmfestival is te vinden op: www.afrikafilmfestival.be.

WordPress.com.

Omhoog ↑