Als je er pal voor staat, zou je het niet zeggen. In Amsterdam-Noord staat een heel modern ogend huis dat volledig uit tweedehands materiaal bestaat. De eigenaar van de woning schuimde het internet af op zoek naar tweedehands materialen die hij leuk vond. Hij grapte zelfs dat hij voor zaken als de gevelsteen, de leien en de ramen steeds naar Brabant had moeten rijden. Waren ze daar dan gevoeliger voor het niet zomaar weggooien van spullen? In ieder geval dacht hij op een mooie dag dat hij genoeg had verzameld. Hij stapte met zijn buit naar een architect en vroeg hem of hij met deze spullen een huis kon bouwen. En zo geschiedde. Zijn huis is een volledig circulair huis. Er werden geen nieuwe grondstoffen voor gebruikt. Alle materialen werden ooit al eens gebruikt en vormen nu een nieuw mooi geheel.

Je zou kunnen zeggen dat dit toch een uitzonderlijk voorbeeld is. Maar dat is het eigenlijk niet. Of toch niet meer. Enkele jaren geleden bracht ik een bezoek aan de gloednieuwe randparking P+R transferium Deutersestraat in ’s-Hertogenbosch: het gebouw kan helemaal gedemonteerd worden! De verschillende onderdelen kunnen hergebruikt worden voor bijvoorbeeld een ander gebouw. Dat is écht vooruitziend.

Overigens zal de stad Leuven vanaf nu, samen met vzw Atelier Circuler, alle stadsgebouwen die gerenoveerd of afgebroken worden, ‘minen’. Dat betekent dat alle waardevolle materialen gerecupereerd worden alvorens een gebouw gerenoveerd of afgebroken wordt. Nadien krijgen de materialen een tweede leven via de Leuvense Materialenbank. De oude schietstand op het militair domein in Heverlee is het eerste stadsgebouw dat ‘gemined’ wordt.

Het huidige gangbare economische model is lineair. Elke vraag wordt bijna kritiekloos zo snel mogelijk bevredigd. Na gebruik komen onze spullen meestal als onbruikbaar afval in het milieu terecht. Zo putten we de grondstoffen uit. We staan er nauwelijks bij stil dat sommige van die grondstoffen beperkt beschikbaar zijn of in slechte omstandigheden worden ontgonnen.

 

Tijdens Artefact 2018, het kunstenfestival van STUK dat toen nog gerealiseerd werd in samenwerking met de provincie Vlaams-Brabant, vroegen we ons vandaag exact twee jaar geleden samen met kunstenaars, academici en activisten af waar we mee bezig zijn als we onze aarde blindelings blijven uitputten. Beseffen we dat kinderen in D.R. Congo in mensonwaardige omstandigheden de coltan uit onze smartphone delven? Doen we voldoende moeite om de vele metalen die we nodig hebben voor de technologie van de toekomst te recycleren? Volgens een vertegenwoordiger van Umicore kunnen we in Europa voldoende kobalt recycleren om jaarlijks 500.000 elektrische wagens te doen rijden. Die uitspraak vind ik nog altijd veelbetekenend. Als dat werkelijk zo is, waarom beseffen we dat zo weinig? Waarom hangt er rond hergebruik nog altijd een geitenwollensokkensfeer? Waarom zien we er zo weinig de harde economische waarde van in?

In tegenstelling tot de lineaire economie haalt een circulaire economie niet steeds nieuwe grondstoffen uit de aarde. Integendeel, ze gaat uit van de recyclage van wat we reeds ontgonnen hebben. Ze laat deze grondstoffen maximaal circuleren in de economie en creëert nieuwe meerwaarde door ze slim te hergebruiken. 

 

Pro Natura dong mee voor de titel van klimaatambassadeur 2020, een titel die we in 2014 samen met VOKA Vlaams-Brabant in het leven riepen. Als Vlaams-Brabantse organisatie voor sociale economie droogt en ‘vervezelt’ Pro Natura landschapsresten tot grondstoffen die gebruikt kunnen worden in biocomposiet materialen voor design meubelen.  Deze organisatie zet dus een biogebaseerde circulaire waardeketen op.

De overgang naar een circulaire economie trekt zich stilaan op gang en krijgt ook terecht academische steun. In haar boek Donuteconomie – in zeven stappen naar een economie voor de 21ste eeuw stelt Kate Raworth onomwonden dat ons economisch handelen de natuur zo sterk aantast dat onze toekomst gevaar loopt. De docente economie aan de universiteiten van Oxford en Cambridge beperkt zich echter niet tot kritiek. Het sociaal fundament van menselijk welzijn situeert ze op de binnenste ring van een donut. Het ecologische plafond van planetaire grenzen valt samen met de buitenste ring van een donut. Hiertussen bevindt zich volgens de auteur de veilige ruimte waar een zogenaamde regeneratieve en distributieve economie zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat daar plaats is voor een economie die maximaal hergebruikt, herstelt en deelt. De ecologische grenzen mogen we niet overschrijden wil de aarde een leefbare plek blijven. Maar er zijn ook sociale fundamenten waar we niet onder mogen gaan, anders komen de grondrechten van groepen in het gedrang.

En zeg maar gauw, ’t is weer een vrouw! Want ook de econome Mariana Mazzucato daagt  met haar Institute for Innovation&Public Purpose (IIPP) onze diep ingebakken economische overtuigingen uit. Zo valt Mazzucato de idee aan dat innovatie bij uitstek het speelveld van de privésector is. “Integendeel”, stelt ze in de krant De Tijd van 31.01.2021, “is het de rol van de overheid om grote doelen te stellen en zo mensen en bedrijven rond vernieuwing te mobiliseren. Een overheidsmissie kan de katalysator zijn voor innovatie, en laat er aan overheidsmissies nu net geen geen gebrek zijn: de opwarming van de aarde, het uitroeien van kanker en de aanpak van de wereldwijde plasticvervuiling, …”.

In Voor de kinderen van mijn kinderen. 20 groene doelen voor Vlaams-Brabant ambiëren we voor Vlaams-Brabant een voortrekkersrol op het vlak van circulaire economie. We willen in overleg met het Vlaams Netwerk van Ondernemingen Vlaams-Brabant (Voka), bedrijvencentra en business-incubatoren kantoor- en atelierruimte vrijmaken voor nieuwe initiatieven op het vlak van circulaire economie. Samen met economische actoren en kennisinstellingen willen we nagaan hoe we de transitie van een lineaire naar een circulaire economie kunnen maken. We willen initiatieven die zich inschrijven in de filosofie van de circulaire economie stimuleren via de uitwisseling van ideeën en capaciteitsopbouw.

Zo hielden we enkele jaren geleden Maakbaar Leuven mee boven de doopvont, en kunnen we vandaag alleen maar toejuichen dat de stad Leuven aan verschillende andere projecten in het kader van de circulaire economie werkt. Er is sinds het begin van deze legislatuur een platform circulaire economie werkzaam waar vertegenwoordigers van verschillende stakeholders elkaar vinden om de daad bij het woord te voegen. De stad stelde ook een projectcoördinator circulaire economie aan.

Het zou goed zijn als de provincie Vlaams-Brabant het goede voorbeeld van Leuven volgt. Waarom zouden we bijvoorbeeld niet streven naar een Vlaams-Brabants platform circulaire economie en naar, bijvoorbeeld, twee regionale materialenbanken voor gerecycleerde bouwmaterialen, een in Oost-Brabant en één in West-Brabant?

Ook Leuven MindGate is recent mee op de kar gesprongen om van Leuven een circulaire stadsregio te maken. Aanstaande donderdagnamiddag, 23 februari 2021, gaat vanaf 16.00u een online event door rond de vraag hoe technologie, gekoppeld aan het juiste businessmodel, hefboom kan zijn in de circulaire economie. Ik maak er als kersvers lid van het coördinatiecomité van Leuven MindGate alleszins graag mee reclame voor!