provincies-vlaanderen.pngSinds 1 januari 2018 zijn de bevoegdheden van de provincie Vlaams-Brabant op vlak van jeugd, sport, cultuur en welzijn uiteindelijk toch overgegaan naar Vlaanderen. Dat betekent onder meer dat jeugdorganisaties in Vlaams-Brabant geen beroep meer kunnen doen op provinciale steun om podiumkansen te geven aan jong muzikaal talent. Dus geen duwtje in de rug meer voor Rock Landen, Kessel Zoo, Nacht van de jeugdbeweging Londerzeel, Krotrock Wolvertem en Crisisfestival Erps-Kwerps. Om er maar enkelen te noemen. Ook sociaal-culturele en artistieke projecten kunnen vanaf dit jaar niet meer bij ons terecht voor subsidies. De campagne Te Gek?! van de Rode Antraciet, Feest in het bos 2018 van de gemeente Bierbeek en het Kunst.lab van de jeugddienst van de stad Halle kregen als laatsten van de provincie een financieel duwtje in de rug. Voor de laatste keer ondersteunden we ook jeugdorganisaties die specifieke doelgroepen zoals holebi’s en jongeren met een beperking omarmen, zoals De Roze Drempel in Leuven en de Akabe-scouts van Merchtem.

De provincies zijn afgeslankt, maar – voor alle duidelijkheid – helemaal niet afgeschaft. Op 14 oktober 2018 zal de kiezer dus opnieuw provincieraadsleden verkiezen.

Provinciale verkiezingen op 14 oktober

In Halle-Vilvoorde zullen de Vlaams-Brabanders 20 raadsleden verkiezen, in het kiesdistrict Leuven 16. De nieuwe provincieraad zal 36 leden tellen. Op basis van de verkiezingsuitslag zal een nieuwe deputatie worden samengesteld, een nieuw dagelijks bestuur van de provincie. Dat zal voortaan vier in plaats van zes gedeputeerden tellen. Ook de provinciegouverneur blijft. Die is immers geen verkozen politicus, maar een topambtenaar, benoemd voor het leven door de Vlaamse regering.

Bestuurlijke verrommeling

Maar wat is nu de meerwaarde van de provincies? Onze provincie is een dichtbevolkte provincie met 529 inwoners per km² tegenover een Vlaams gemiddelde van 477 inwoners per km². We tellen 65 gemeenten, waarvan één centrumstad. Toch vallen heel wat gemeentebesturen eerder klein uit. Velen botsen op hun beperkingen. Ze hebben te weinig budget, personeel en expertise om de problemen op te lossen. Voor veel van deze gemeenten is de provincie nog steeds de eerste en enige onafhankelijke en democratisch gelegitimeerde hulplijn.

Als de provincies zonder meer zouden worden afgeschaft, zou er voor vele gemeenten in Vlaanderen niets anders opzitten dan nog meer beroep te doen op intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS). In 2012 bedroeg het gemiddelde aantal samenwerkingsverbanden per gemeente 68. De voorbije jaren is hun aantal exponentieel gestegen, niet zelden onder impuls van de Vlaamse overheid. Dat zou de beleidsvorming volgens mij nog minder transparant en democratisch maken. De bestuurskracht van die gemeenten zou dalen in plaats van stijgen.

Kaart van Vlaanderen, opgedeeld per aantal gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Bron: http://www.standaard.be/cnt/ug3p8bh9

Sommige intercommunales zijn slechts informele overlegorganen, anderen zijn semioverheden met eigen personeel. De intercommunales voeren operationele taken uit, maar nemen tevens zelf beleidsbeslissingen, ook al zijn ze niet verkozen. Daardoor ontstaat een grote bestuurlijke verrommeling.

 

In het minst democratische scenario ligt de werkelijke beslissingsmacht bij het personeel van de intercommunale en zijn de beleidskeuzes tegenstrijdig aan die van verkozen besturen.

Het werkingsgebied van de verschillende intercommunales valt ook niet altijd samen. Zo kan gemeente A met B samenwerken voor erfgoed en voor archeologie met C. Dat komt de doelmatigheid natuurlijk niet ten goede, want erfgoed en archeologie hebben heel wat met elkaar gemeen. Verder zit er ook heel wat overheadkost op de verschillende intercommunales. Bestuurders van intercommunales krijgen vaak aanzienlijke zitpenningen voor hun mandaat. Recente schandalen hebben geleerd dat gebrekkige controle kan leiden tot buitensporige zelfbediening. In februari 2017 becijferde de krant De Tijd dat alle Vlaamse intercommunales samen 3.635 betaalde politieke zitjes tellen. Volgens de krant zijn de tien grootste (koepels van) intercommunales alleen al goed voor 2.504 postjes en 3 miljoen euro aan zitpenningen.

Meestal kan men nog wel achterhalen wie in de besturen van de intercommunales zetelt, maar het besluitvormingsproces is veel minder duidelijk. In intercommunales zetelen vooral burgemeesters of schepenen. De oppositie is afwezig waardoor democratische controle ontbreekt. Vanaf 1 januari 2018 mogen de provincies trouwens geen deel meer uit maken van de intercommunales. Dat is een absurde beslissing van deze Vlaamse regering. Ten eerste zorgde vertegenwoordiging vanuit een verkozen provinciale raad nog voor enige democratische controle. De provinciale vertegenwoordiging zorgde immers voor structurele terugkoppeling naar de democratisch verkozen provincieraad. Ten tweede houden de intercommunales zich vooral bezig met grondgebonden thema’s. Juist! Dat zijn thema’s waarvoor ook de provincies bevoegd blijven. Met de uitsluiting van de provincies uit de intercommunales zorgt men voor minder communicatie en dus mogelijks ook voor concurrentie op de markt van het algemeen belang. En laat daar nu net samenwerking en geen concurrentie nodig zijn. Als intercommunales net hetzelfde gaan doen als provincies maar zonder democratische controle, dan denk ik dat we wel heel fout bezig zijn.

Democratisch verkozen stads- en streekgewesten

Met Groen hebben we maar één ambitie en dat is de zaken met zo weinig mogelijk middelen zo goed mogelijk realiseren. Dat betekent ook dat we hechten aan democratische controle en niet geloven in een wereld van talloze intercommunales. Zolang er geen alternatief is voor de provincies, blijven we de provincies dan ook verdedigen. Wij willen de democratie niet uithollen.

Aangezien de bestuurlijke verrommeling vooral bij de intercommunales zit, ijvert Groen voor een oplossing die de problemen bij de wortel aanpakt. De groei van ondemocratische en ondoorzichtige intercommunales willen we een halt toe roepen. In plaats van intercommunales geloven we in een organisatie op basis van democratisch verkozen stads- en streekgewesten, ter vervanging van de provincies. De stads- en streekgewesten werken met vaste werkingsgebieden die maximaal samenvallen met de werkelijke leefwereld van de bewoners. Gemeenten kiezen vrij één bestuur waarbij ze zich aansluiten. De stads- en streekgewesten zijn bevoegd voor al die materies waarvoor ze het best geplaatst zijn. We maken geen kunstmatige opdeling tussen grondgebonden en persoonsgebonden bevoegdheden. We gaan uit van het principe dat een hogere overheid niet moet doen wat een lagere overheid beter kan.

De stads- en streekgewesten zijn rechtstreeks verkozen zodat ook de democratische controle door de oppositiepartijen verzekerd is. Als Groen schuiven we een tijdshorizon van 2030 naar voor zodat de voorbereiding grondig kan gebeuren en de nieuwe besturen degelijk uit de startblokken kunnen schieten.

Anders dan de huidige Vlaamse regering kiezen wij niet voor een interval van bestuurlijke verrommeling ten gevolge van een weinig goed doordachte afslanking van de provincies.