Aan een razend tempo zet de digitalisering van onze samenleving zich door. Producenten die tot enkele jaren geleden nog grote sier maakten, zoals Nokia en Motorola, zijn in 2017 volledig uit de markt gewipt door Apple en Samsung. We kunnen ons een telefoon waarmee we enkel bellen en sms’en nauwelijks nog voorstellen.

In het kader van de Digitale Week maakte Johan Torfs van Microsoft in het provinciehuis de vergelijking met New York in 1900 en tien jaar later. Op amper tien jaar tijd veranderde het aangezicht van de stad fundamenteel. Paard en kar werden in een mum van tijd door de wagen verdrongen.

Easter Parade New York City, 1900 vs 1913

De evoluties vandaag gaan minstens even snel, of nog sneller zelfs. Volgens sommigen staan we aan het begin van een nieuwe revolutie. Volgens anderen zitten we er al middenin. De eerste industriële revolutie draaide om stoommachines, landbouw en hygiëne. De tweede werd aangejaagd door staal, olie en elektriciteit. De derde industriële omwenteling is die van de digitalisering, data en informatietechnologieën. Stilaan evolueren we naar een vierde revolutie.

Net zoals vroeger blijven we data verzamelen om bijvoorbeeld de voortgang van de klimaatverandering te meten. Maar we gaan nog een stap verder. We zetten die data in om oplossingen te bedenken. Oplossingen die vaak hoogtechnologisch zijn. Zo is het niet ondenkbaar dat binnen afzienbare tijd computers beter diagnoses zullen stellen dan dokters. Zal er nog wel een mensenhand aan te pas komen bij een operatie? Nu lijkt het nog sciencefiction maar zullen we over tien jaar nog een rijbewijs nodig hebben? In welke mate zal artificiële intelligentie het van ons overnemen? Hoe gaan bedrijven om met al die veranderingen? Ze moeten zichzelf constant heruitvinden en aan uitdagingen werken die vandaag nog niet eens bestaan. Nieuwe economische modellen ondermijnen de gevestigde waarden.

Van smart city naar smart region

Welke rol is er voor ons als overheid weggelegd in dit hele verhaal? Eerder deze maand sprak gouverneur Lodewijk De Witte over de lokroep van de smart city/smart region in zijn jaarlijkse toespraak bij de start van het politieke jaar. Leuven had die lokroep al gehoord en kondigde afgelopen maandag aan dat ze zo’n smart city wil worden. Binnenkort zullen bijvoorbeeld sensoren op lantaarnpalen de luchtkwaliteit meten en vrije en ingenomen parkeerplaatsen registreren. De resultaten gaan respectievelijk naar de stadsdiensten en de individuele gebruikers via de smartphone. Leuven verwacht tegelijkertijd van bedrijven voorstellen om andere proefprojecten op te zetten rond gezondheidszorg, handel en dienstverlening aan de burger. Ik juich dit voornemen van Leuven toe. Meer zelfs, ik wil nog een stapje verder gaan en de ambitie formuleren om van Vlaams-Brabant een smart region te maken. Elke inwoner van onze provincie verwacht immers hetzelfde niveau van dienstverlening, ongeacht zijn of haar woonplaats.

Met ons autonoom provinciebedrijf VERA hebben we een belangrijke hefboom in handen om de overige 64 lokale besturen van Vlaams-Brabant te betrekken bij het idee van een smart region. VERA ondersteunt de lokale besturen van Vlaams-Brabant in e-government. De activiteiten en cijfers van VERA zitten de laatste jaren in stijgende lijn en het vertrouwen in de onderneming groeit spectaculair. Met VERA staan we dan ook klaar om samen met alle besturen van Vlaams-Brabant uit te groeien tot een smart region.

Op de digitale klimaatkaart delen Vlaams-Brabanders succesvolle projecten om CO2 te besparen. http://www.vlaamsbrabantklimaatkaart.be

Smart maar duurzaam

Maar in de smart region Vlaams-Brabant moeten oplossingen duurzaam zijn. In ons streven naar een smart region moeten we kritisch blijven voor het soort energie waarmee bijvoorbeeld zelfsturende wagens worden aangedreven en het soort materialen waaruit onze smartphones zijn gemaakt. De energie die nodig is voor de grote serverruimten waar we al die big data opslaan, moet duurzaam zijn.

Een smart region is vindingrijk en stelt al onze manieren van doen in vraag. Ze biedt dan ook de mogelijkheid om onze samenleving helemaal anders én beter te organiseren.

Iedereen digitaal

We leven met zijn allen méér en méér in een virtuele wereld. Die heeft een onmiskenbaar grote impact. Kijk bijvoorbeeld naar hoe de smartphone ons sociaal leven heeft veranderd. Zelfs mijn 75-jarige moeder vroeg me onlangs hoe lang het nu nog zou duren vooraleer ik WhatsApp zou gebruiken. Zij leerde WhatsAppen met haar kleinkinderen en gaat er prat op mee te zijn met haar tijd.

Gisteren stond Peter Bogaert van Gartner, een ICT consultancy bedrijf, in het provinciehuis stil bij de vraag hoe we die veranderingen zullen overleven. Vandaag loopt nog één op de vijf Belgen verloren in de digitale wereld. De digitale kloof – die helaas vaak samenvalt met de kennis- en armoedekloof – maakt de wereld nog onvatbaarder en moeilijker te begrijpen. Voor iemand die over onvoldoende digitale vaardigheden en middelen beschikt, gaan de voordelen van innoverende toepassingen volledig verloren.

Het is daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat iedereen op de digitale trein zit. Met het provinciebestuur moeten we bouwen aan een e-inclusieve maatschappij, een wereld waarin alle besturen en burgers mediawijs zijn en kunnen genieten van de mogelijkheden van de digitale revolutie.

Het is tijd om van Vlaams-Brabant een inclusieve, duurzame smart region te maken. Het is tijd om de digitale technologie in te zetten om ‘slimmer’ beleid te gaan voeren. Dat betekent ook dat we altijd werken met inclusie en duurzaamheid in het achterhoofd.


2017 is het laatste jaar waarin de provincies een jeugdbeleid voeren. Wij riepen de jeugdsector op om samen nog enkele droomprojecten waar te maken. Twee daarvan hebben een uitdrukkelijk digitale én inclusieve inslag:

  • Met de ‘SamenOpStap-app’ kunnen jongeren met een beperking op zoek naar aangepaste vrijetijdsactiviteiten in hun buurt. Hun leeftijdsgenoten zonder beperking doen hetzelfde en kunnen zich tegelijk kandidaat stellen als begeleider. Momenteel gaat een student van UCLL aan de slag met dit idee en zal het aanbod van Het Balanske in Tielt-Winge opnemen in de app. Op termijn kan het aanbod van andere verenigingen geïntegreerd worden in de app.
  • In Museum M in Leuven maken jongeren vanuit hun eigen beleving 360° video-opnames van een aantal werken uit de collectie.  Experte storytelling, Iwona Pom(ianowska), begeleidt hen hierin. Met die opnames trekken ze nadien naar het UZ Leuven om de ervaringen te delen met zieke kinderen via een virtual reality-bril. Zo brengen we jeugdige museumbeleving naar het ziekenhuis.