Rwanda is nog altijd zoals ik het me herinner. Welke gruwelijke geschiedenissen zich inmiddels ook afgespeeld hebben, eind augustus 2017 herken ik het land zoals ik het in 1990 in mijn geheugen heb opgeslagen. Bergen met perceeltjes, netjes afgebakend en bewerkt, een mooi toegankelijk land: ‘het Zwitserland van Afrika’. Op missie met onze partnerorganisatie Artsen Zonder Vakantie naar Bukavu in D.R. Congo, geniet ik van het uitzicht en van het kijken naar de vele mensen onderweg. De vele fietsers vallen op.

Onderweg in Rwanda. © Karim Abraheem

20170925_100714.jpgHet contrast met de ‘georganiseerdheid’ in Rwanda kan niet groter zijn als we de grens met Congo oversteken. De wegen in Congo liggen er verschrikkelijk bij. Terwijl in Rwanda plastiek zakken streng verboden zijn, zijn de straten van Congo ervan vergeven. Tot groot ongenoegen van sommige Congolezen. In het ziekenhuis van dr. Gisèle Fatuma Miyele in Ciriri hangt in elke gang een plaatje ‘l’hygiène de mon hopital passe par moi’. De milieucoördinator van Ciriri drukt op het belang van sensibilisering rond alles wat met leefomgeving te maken heeft. Hij verzekert me ook dat het een goed idee is om biokatoenen zakjes te schenken aan de studenten van ons project ‘Jenga Maarifa’. Met deze zakjes sensibiliseren we mensen om dit soort zakjes in plaats van wegwerpzakjes te gebruiken. Dat er op die zakjes ook wordt verwezen naar het eten van insectenburgers en het besparen op energie in een land waar om de twee uur de elektriciteit uitvalt, onthaalt hij met een zachte glimlach. ‘We zouden meer over gemeenschappelijke uitdagingen als klimaatverandering moeten praten’, stelt hij, ‘en hoe we er vanuit onze verschillende realiteiten in Noord en Zuid mee om moeten gaan’.

Zorgen om het klimaat, ook in Bukavu

© Karim Abraheem

Dat de klimaatproblematiek tot de bekommernissen van de Congolezen behoort, komt ook naar voor in een toelichting over de Fondation Panzi. Die stichting uit 2008 is minder bekend dan het gelijknamige hospitaal Panzi, maar doet minstens even zinvol werk. De wereldvermaarde gynaecoloog dr. Mukwege stichtte zowel het ziekenhuis als de stichting. Vrouwen en kinderen die slachtoffer zijn van seksueel geweld, kunnen terecht in het ziekenhuis. De stichting helpt op haar beurt de slachtoffers bij hun eerste stappen op weg naar maatschappelijke re-integratie. In het zogenaamde ‘maison transit DORCAS’ maken we kennis met meisjes en moeders die via muziek hun verdriet verwerken, maar ook met een enkele vrouwen die prachtige handtassen maken. Dr. Tina Amisi, directeur van de stichting Panzi, legt uit dat de stichting ook landbouwprogramma’s heeft. Helaas worden die de laatste tijd meermaals gehypothekeerd door krachtige overstromingen en aardverschuivingen. ‘De klimaatproblematiek’, bevestigt ze, ‘is een wereldwijde uitdaging’.

congo 6.jpg
In het ziekenhuis Ciriri. © Karim Abraheem

 

Niet elk geschenk is een cadeau

Jenga Maarifa Maar we zijn in augustus niet naar Congo gereisd om het te hebben over het klimaat in het bijzonder. We zijn in Congo om te kijken hoe het met Jenga Maarifa is gesteld. Samen met Artsen Zonder Vakantie realiseert de provincie Vlaams-Brabant Jenga Maarifa in Bukavu, Zuid-Kivu. De naam betekent ‘kennis opbouwen’ in het Swahili.

Jenga Maarifa loopt op twee benen. In Congo leidt Jenga Maarifa biomedische technici op zodat ze de medische apparatuur steeds gebruiksklaar kunnen maken. Tegelijkertijd sensibiliseert Jenga Maarifa donoren dat niet elk geschenk een cadeau is. Apparatuur waarvoor in het Zuiden geen wisselstukken voorhanden zijn of waarvoor de knowhow ontbreekt, staat er in de ziekenhuizen werkloos bij. Donoren in het Noorden moeten zich goed informeren over de voor- en nadelen van een gift. Daarom werken we een golden standard uit. Hiermee kunnen donoren nagaan of een gift ‘aangepast’ is aan de noden en de context in het Zuiden. Ziekenhuizen in het Zuiden kunnen op hun beurt een gift weigeren zonder bang te zijn dat ze nooit meer materiaal zullen krijgen. Want dat speelt zeker ook. ‘Een gegeven paard kijk je niet in de mond.’ Ik stel vast dat onze Congolese vrienden ervan doordrongen zijn. Maar niemand heeft er natuurlijk baat bij dat onze afgedankte medische materialen in Afrika op de vuilnisbelt belanden. Dat niet elk geschenk een cadeau is, merkte de journaliste van MO* bovendien ook op. Zij reisde een week lang met ons mee en maakte een verslag.

congo
Vergadering in het ziekenhuis van Panzi. ©Karim Abraheem

In een vergadering met de directeuren-artsen van de partnerziekenhuizen in Bukavu wordt duidelijk dat Jenga Maarifa aanleiding geeft tot structurele beleidsvragen. Kan er ooit sprake zijn van een erkenning – ‘accreditering’- van de opleiding op basis waarvan de ziekenhuizen de verloning kunnen berekenen? Wat met het onderhoud van nieuw geleverde toestellen? Als nieuw medisch materiaal geleverd wordt, zijn de ziekenhuizen voor het onderhoud ervan aangewezen op technici van de ‘multinationale’ onderneming die het apparaat geleverd heeft. Die onderhoudscontracten zijn echter heel duur. Volgens de directeuren zou het helpen als de multinationale ondernemingen zouden investeren in lokale capaciteit om met de geleverde medische materialen duurzaam aan de slag te gaan. Die bereidheid is er vooralsnog echter niet. Kan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hier geen rol in spelen? De vergadering is het erover eens dat de WHO kan beginnen om de vraag naar opgeleide biomedische technici ernstig te nemen door er meer dan één deskundige op vrij te stellen. We staan er immers niet bij stil, maar het verschil tussen een beademingsapparaat dat werkt of defect is door gebrek aan technische kunde, kan er een zijn van leven en dood.

Niet betaald? Niet naar huis!

Zonnepanelen CongoEind augustus wonen we in het ziekenhuis van Walungu, een ziekenhuis onder leiding van dr. René Nkemba Bahati, de vijfde opleidingsmodule bij voor de eerste lichting studenten van Jenga Maarifa. Sommige studenten komen uit de streek, anderen uit veel verder afgelegen gebieden in Congo. De meeste studenten zijn als technicus verbonden aan partnerziekenhuizen van Artsen Zonder Vakantie. Maar er zijn ook studenten die verbonden zijn aan partnerziekenhuizen van de Vlaams-Brabantse ngo Memisa. De technicus van het hospitaal in Butare (Rwanda) neemt deel aan de opleiding dankzij de tussenkomst van de Vlaams-Brabantse ngo LUMOS. In de vijfde module worden onze studenten ingeleid in de wereld van de zonnepanelen. Rik Vereecken, energiespecialist én voorzitter van Amnesty International Vlaanderen, verzorgt deze opleiding.

Rik Vereecken

De kennis die onze studenten dankzij Rik verwerven, heeft directe ontwikkelingsrelevantie. In het Congo van vandaag zijn de aanvoer van zuiver water en de permanente energievoorziening helemaal geen evidentie. Om de talrijke stroomonderbrekingen op te vangen, werken veel ziekenhuizen met generatoren die draaien op liters dure fossiele brandstof. De kostprijs van de brandstof, in het ziekenhuis van Mubumbano 1 US dollar voor 1 liter brandstof, wordt doorgerekend aan de patiënt. Niet onbelangrijk, als je weet dat de patiënt het ziekenhuis niet mag verlaten zolang hij of zij de ziekenhuisfactuur niet betaald heeft.

Jenga Maarifa loopt in principe tot 2018. We kijken echter uit naar versterking om het project ook daarna verder te zetten en verder uit te bouwen met nog meer sterke partners. We willen graag de ziekenhuizen in Vlaams-Brabant mobiliseren voor Jenga Maarifa. Maar we willen ook de burgers van Vlaams-Brabant warm maken voor solidariteit met Congo.

#hetkananders

Op het eerste gezicht gaat het helemaal niet goed met Congo. We zijn getuige geweest van de rechteloosheid en het verval. Maar net zo zijn we onder de indruk van de schoonheid van het land – de pracht van het Kivumeer alleen al – en hebben we veel positieve dynamiek bij heel wat mensen gevoeld. Midden de strijd van alledag om te overleven, leeft er bij heel wat Congolezen de vurige wens om het ‘anders te doen’ en om van Congo, in samenwerking met iedereen van goede wil, nu eindelijk het land van alle Congolezen te maken.