(c) Loic Djim
(c) Loic Djim

Op 23 februari 2017, over minder dan een maand, treedt de omgevingsvergunning in werking. De omgevingsvergunning verenigt de stedenbouwkundige vergunning (de bouwaanvraag) en de milieuvergunning. De omgevingsvergunning vermijdt dat je voor eenzelfde project wél een stedenbouwkundige vergunning maar geen milieuvergunning krijgt, of omgekeerd. Met de omgevingsvergunning beschouwen we elk project in zijn totaliteit, en dat is goed. Met de omgevingsvergunning wordt ook de doorlooptermijn van de aanvraag korter. Overheden, op zowel lokaal, provinciaal als Vlaams niveau, moeten in de toekomst sneller een vergunning verlenen of weigeren.

Bovendien zal de aanvraag volledig digitaal verlopen, tot en met de handtekening. Gemeenten en provincies bereiden die digitalisering volop mee voor. Als gedeputeerde voor informatica en milieuvergunningen gaf ik in Vlaams-Brabant twee jaar geleden al de opdracht voor de ontwikkeling van een digitaal systeem voor het opvolgen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. In Vlaams-Brabant zijn we dan ook zo goed als klaar om op 23 februari aan de slag te gaan. We zullen de meest courante dossierstromen kunnen verwerken. Ons provinciaal informaticaprogramma moet alleen nog kunnen communiceren met het centrale Vlaamse omgevingsloket. Dit loket centraliseert alle aanvragen. En net daar wringt het schoentje.
Terwijl onze informaticasystemen op punt staan, is het Vlaamse omgevingsloket nog in volle ontwikkeling. En dat op minder dan een maand voor de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. Vlaanderen is dus niet klaar met zijn huiswerk. Een testomgeving is beschikbaar, maar onvolledig. Functionaliteiten die noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke en provinciale beslissingsstromen, ontbreken. Zo is het momenteel onmogelijk om de indiening van een beroepsschrift of de bijstelling van milieuvergunningsvoorwaarden te testen. De datavelden binnen het omgevingsloket wijzigen constant. Het Vlaamse omgevingsloket signaleert niet wanneer een dossier nog gewijzigd werd na het downloaden. Het is dan ook moeilijk om te weten van welk hout pijlen maken. Het is momenteel onmogelijk om een effectieve, efficiënte en definitieve koppeling te maken tussen het Vlaamse omgevingsloket enerzijds en de gemeentelijke en provinciale programma’s anderzijds.

In een persmededeling van vrijdag 20 januari 2017 laat de Vlaamse regering verstaan dat “besturen die niet klaar zijn om de omgevingsvergunning digitaal te behandelen, bij de minister een uitzondering kunnen bekomen en pas op 1 juni 2017 van start kunnen gaan met de nieuwe procedure”. Is dat niet de wereld op zijn kop? Vlaams-Brabant is, net zoals vele andere lokale besturen, wel degelijk klaar om de omgevingsvergunning digitaal te verwerken. Vlaanderen is dat niet. Als hiermee goed bestuur in het gedrang komt, is dat vooral te wijten aan het talmende Vlaanderen.

In Vlaams-Brabant geloven we in een radicaal digitale aanpak. Maar we geloven ook dat je niet moet lopen voor je kan stappen. Met zoveel onbekende parameters en onvoldoende tests in het Vlaamse omgevingsloket kunnen we de correcte verwerking van de omgevingsvergunning op 23 februari niet garanderen. Het lijkt me aangewezen om de start van de omgevingsvergunning met minstens een half jaar uit te stellen. Ik denk daarbij ook aan de noodzakelijke ondersteuning voor gemeentebesturen. Zelf ben ik bevoegd voor het autonoom provinciebedrijf VERA dat lokale besturen ondersteunt op vlak van e-government. Al in 2015 stelden we met VERA een project voor aan Vlaams minister Joke Schauvliege, bevoegd voor omgeving, om de lokale besturen van Vlaams-Brabant te helpen de deadline van 23 februari 2017 te halen. De minister had echter geen oren naar onze plannen. Een gemiste kans. De kans is immers reëel dat de Vlaamse regering haar eigen deadline zal missen. De tijd tikt.