Het is technisch, maatschappelijk en financieel mogelijk om Vlaams-Brabant tegen 2040 klimaatneutraal te maken. Dat blijkt uit een studie die experten van Futureproofed, Point-Consulting en HIVA KU-Leuven in onze opdracht maakten. Afgelopen maandag stelden we de resultaten voor aan burgemeesters, schepenen, ambtenaren, bedrijven en middenveldorganisaties uit onze provincie.

image001

In 2011 bedroegen de CO2-emissies voor het grondgebied Vlaams-Brabant in totaal 6.249.166 ton. De mobiliteitssector is verantwoordelijk voor het 44% van deze emissies. Een belangrijk aandeel komt van personenwagens die op diesel rijden. De uitstoot als gevolg van diesel bedraagt maar liefst 2.235.449 ton CO2! De tweede belangrijkste emissiebron zijn de huishoudens. Zij vertegenwoordigen 30% van de uitstoot in 2011. Het gaat hierbij vooral om uitstoot door verwarming met aardgas en stookolie. Handel en diensten is de derde grootste sector, maar vertegenwoordigt in verhouding slechts de helft van de emissies van de huishoudens. De emissies van de sector landbouw en natuur zijn eerder beperkt, ook omdat bij deze sector de negatieve emissies, de zogenaamde CO2-opslag, moet worden bijgeteld.

Om tegen 2040 klimaatneutraal te worden, moet het aandeel van de verplaatsingen met de auto in Vlaams-Brabant verminderd worden van 75% naar 50% ten voordele van de fiets en het openbaar vervoer. Dat openbaar vervoer moet verder uitgebouwd worden langs grote assen. Op vlak van wonen stellen onze onderzoekers voor dat we anders en kleiner gaan wonen. We moeten de renovatiegraad verhogen en inzetten op collectieve renovatieprojecten. De onderzoekers wijzen erop dat investeren in energiebesparende projecten financieel veel meer opbrengt dan een gewoon spaarboekje. Er moeten alleen meer creatieve financieringsmechanismen uitgedokterd worden om de in Vlaams-Brabant aanwezige financiële middelen te mobiliseren.

Precies één jaar geleden ondertekenden 57 Vlaams-Brabantse burgemeesters op initiatief van het provinciebestuur het Burgemeestersconvenant. In dat convenant engageren de gemeenten van Vlaams-Brabant zich om de CO2-uitstoot op ons grondgebied met minstens 20% terug te dringen tegen 2020.

http://www.ringtv.be/nieuws/vlaams-brabant-tegen-2040-klimaatneutraal

De rol van lokale en provinciale overheden in de aanpak van de klimaatverandering kan nauwelijks onderschat worden. Het is daarom heel jammer dat lokale en provinciale overheden ondervertegenwoordigd zijn op de top in Parijs. Alleen al het feit dat in Europa inmiddels 6000 burgemeesters het Burgemeestersconvenant hebben ondertekend, duidt op de heel levendige lokale ambitie om effectief rond klimaatverandering aan de slag te gaan.

Lokale en provinciale overheden staan in de frontlinie. Volgens berekeningen van het United Nations Development Programme (UNDP) zouden zelfs 70% van broeikasgas-reducerende maatregelen en 90% van de klimaatadaptatiemaatregelen genomen worden door overheden die vergelijkbaar zijn met onze gemeenten en provincies. Van de lokale overheden hangt af of de nationaal en internationaal uitgedokterde klimaatstrategieën in effectieve realisaties worden omgezet.

Lokale overheden staan dicht bij de mensen. Zij zijn heel goed geplaatst om verschillende groepen van mensen te betrekken bij acties rond klimaatverandering. Op lokaal vlak kan de betrokkenheid van verschillende stakeholders heel concreet worden. Op lokaal vlak stellen mensen vast dat klimaatacties niet alleen bijdragen tot een betere leefomgeving, maar ook dat die acties financieel rendementsvol kunnen zijn en jobs opleveren!

2015 wordt een belangrijk jaar voor het klimaatbeleid. Op het einde van dit jaar gaat in Parijs een nieuwe klimaattop door. De verwachtingen voor deze internationale VN-conferentie zijn erg hoog gespannen. De vraag is dan ook niet gering: zal een opvolger van het Kyoto-protocol uit de bus komen? Zal de internationale gemeenschap er eindelijk in slagen een klimaatakkoord te sluiten dat een ambitieus ‘klimaatbeleid op wereldschaal’ mogelijk maakt?

Heel anders dan een vijftal jaar geleden is er over de urgentie van de aanpak van de klimaatverandering vandaag nog nauwelijks discussie. Op de recentste G7-top verbonden de leiders van de 7 rijkste industrielanden er zich toe om de globale opwarming van de aarde te beperken tot twee graden. Tegen 2050 moet de hele energiesector geherstructureerd zijn. Tegen het einde van de eeuw moet er een einde komen aan het tijdperk van olie en gas.

Of we nog 85 jaar de tijd hebben om de G7-doelstellingen te behalen, is maar de vraag? Dat zelfs de zes grote Europese olie- en gasbedrijven recent pleitten voor een wereldwijde heffing op de uitstoot van CO2 , geeft immers aan hoe ernstig we de klimaatverandering moeten nemen.

Het is “nu of nooit”, denken wij. Het is “nu of nooit” voor een sterk internationaal politiek kader met heldere doelstellingen en bindende afspraken waarbinnen lokale en provinciale initiatieven nog beter kunnen doen wat ze al veel langer aan het doen zijn.