Met de recentste peilingen van 8,3% voor Groen! komt een tweede zetel voor Groen! in Vlaams-Brabant wel erg dichtbij. Maar is hij nog niet gewonnen. Daarom: als u ooit getwijfeld heeft, dan is het nu het moment. Om mee te helpen investeren in een groene economie, te kiezen voor meer levenskwaliteit en te bouwen aan een samenleving waarin iedereen telt.
Ik wil me in ieder geval zeker engageren om naar het Vlaams Parlement te gaan. Daar zou ik me toeleggen op dossiers inzake onderwijs, cultuur, gelijke kansen en internationale samenwerking. Op deze terreinen kan ik immers mijn opgedane kennis en ervaring te gelde maken. Zoals onze lijsttrekker voor Vlaams-Brabant, Hermes Sanctorum, zich heel verdienstelijk zal kunnen maken in de opvolging van dossiers rond milieu, mobiliteit, energie en ruimtelijke ordening.
We zullen er samen zeker ‘een lap op kunnen geven’: hard werken en goede rapporten proberen af te leveren, helemaal zoals de Groen!en dat in de vorige legislatuur volgens onafhankelijke waarnemers ook hebben gedaan. Volg daarom, beste kiezer, uw verstand en kies met uw hart: stem morgen op Groen! To change for the better!
Gisteren heb ik, samen met onze lijsttrekker Hermes Sanctorum, de jonge dynamische KMO Ecoworks in de bloemetjes gezet. Ecoworks illustreert immers heel goed hoe een groene economie werkt en tewerkstelling creëert. Niet alleen zijn de vier vennoten dag en nacht bezig, maar ze bezorgen nog een pak werk aan aannemers die samen met hen projecten uitvoeren.
Ik vind het van belang dat we in Vlaanderen een kader aanbieden om bedrijven als Ecoworks te ondersteunen. Ecoworks richt zich op het aanbieden van ecologisch en duurzaam verantwoorde alternatieven voor water-, milieu- en energiebeheer. Het bedrijf specialiseert zich in groendaken, groengevels en zwemvijvers. Ecoworks levert een positieve en innovatieve bijdrage aan een sociale groene economie, en bewijst nog maar eens dat verandering ‘for the better’ heel erg goed mogelijk is.
Vanmorgen trok ik met mijn leerlingen naar het Belvue-museum. Deze namiddag stond ik op de markt van Kessel-Lo. Morgenvoormiddag bereid ik een examen voor. In de namiddag plan ik dan nog wat te canvassen in mijn thuisstad Leuven. Mijn deel van de was en de plas kan ik, gelukkig, even aan de zorgen van anderen overlaten. Gelukkig. Want anders zou de combinatie van werken in het onderwijs, politiek en gezin helemaal geen haalbare kaart zijn.
Ik begrijp heel goed dat vrouwen (en in mindere mate ook mannen) kiezen voor een deeltijdse baan, of zich zelfs helemaal terugtrekken van de arbeidsmarkt om voor hun gezin te zorgen. Zoals ik ook de door Groen! voorgestelde kans voor iedereen om 32uren per week te werken als een absoluut sociale maatregel zie. Gezinnen, ook éénoudergezinnen die veel minder gebruik maken van de al bestaande verlofregelingen, krijgen hierdoor immers meer ademruimte. Ze krijgen meer plaats om gezinstaken en arbeid te combineren.
Een evenwichtige tijdsverdeling over gezin en arbeid leidt bovendien tot belangrijke minderuitgaven. Want de vraag naar zwaar gesubsidieerde zorgtaken zoals kinderopvang en ouderenzorg zal minder vlug stijgen, en de uitkeringen voor werkloosheid zullen dalen. Of nog: door een betere verdeling van tijd en arbeid, zullen beiden voor meer mensen zijn weggelegd.
Als dingen ‘in’ zijn, dan durven normen wel eens te vervagen. Of riskeert de kwaliteit wel eens ondergeschikt te worden aan de ijver om te realiseren. Zo ook met groene stroom. Die is terecht ‘in’ vandaag. Maar de wijze waarop die groene stroom wordt opgewekt, verdient alle aandacht. Niet alleen wat een mens doet, maar vooral ook hoe hij het doet, is belangrijk.
Groen! is geen voorstander van de erkenning als groene stroom van electriciteit uit eender welk soort afvalverbranding. Door deze energierecuperatie financieel te ondersteunen, loopt men immers het risico dat het voorkomen van afval veel minder aandacht krijgt. Terwijl preventie, hergebruik en recyclage van afval net veel meer energiewinst opleveren dan verbranding.
Bovendien kan het de aandacht afleiden van de noodzaak om te investeren in de opwekking van hernieuwbare energie via windturbines, zonnecollectoren of zonnepanelen en warmtekrachtkoppeling. Of de uitbouw van een slim stroomnet waarbij grote en kleine producenten en gebruikers van energie op een of meerdere slimme netten terecht kunnen.
In Vlaams-Brabant staan er nu 4 windmolens. Maar er is plaats voor 100, goed voor elektriciteitsproductie voor 130.000 gezinnen. Om maar te zeggen: weer een punt dat om verandering vraagt, ‘for the better’.
Van de vijf groene voorstellen die we gisteren aan mensen in de straten van Leuven voorstelden, scoorde het voorstel om te investeren in een groene economie het hoogst, gevolgd door investeringen in veilig voedsel. En dat sterkt ons. Het sterkt ons in de overtuiging dat er nu meer dan ooit nood is aan een sterke groene vertegenwoordiging in het parlement om die groene economie mee vorm te geven.
Want het goede nieuws is dat er ruimte te over is om het beter te doen. Ons land is immers, ondanks veel wetenschap, de laatste jaren helemaal niet verstandig bezig geweest: als we ons al niet verloren hebben in navelstaarderij, dan hebben onze overheden ook geen doortastende keuzes durven maken op vlak van bijvoorbeeld hernieuwbare energie.
Er werd de laatste jaren weliswaar fors geïnvesteerd in nieuwe windmolens en zonnepanelen. Maar dat gebeurde niet alleen in Vlaanderen. Ook in onze buurlanden, in heel de wereld, was het geval. Vlaanderen blijft dan ook achterop hinken. België komt in Europa pas op de 14de plaats als het gaat over de capaciteit aan windenergie, voor elektriciteit uit zonnepanelen op de 11de plaats.
Meer ambitie en lef is dan ook nodig om van Vlaanderen een koploper te maken. En vooral ook veel intellectuele eerlijkheid om, zoals Thomas Leysen zijn speech bij zijn aantreden als voorzitter van het VBO beëindigde, de dialoog aan te gaan met mensen die op het eerste gezicht een andere overtuiging hebben. Want het klopt natuurlijk als een bus dat “we alleen in collectieve inspanning de middelmaat zullen kunnen overstijgen”.
Alleen spijtig, zou ook mijn vader als voormalig directeur van VOKA-Kempen zeggen, dat Groen! vasthoudt aan wat Thomas Leysen de ‘gefossiliseerde fetisj van de groene beweging uit zijn studentenjaren’ noemt: het vasthouden aan de uitstap uit de kernenergie. Maar ik vind dat niet spijtig, integendeel wel. We moeten vasthouden aan de uitstap, als onderdeel van een duurzaam Leitbild. Kernenergie is ook een doodlopend straatje, alleen al omdat uranium ook een eindige brandstof is.
Verstandig Groen! is volgens mij niet om kernenergie te omschrijven als een ‘beheersbaar alternatief’ voor andere bijna uitgeputte en CO2-uitstotende brandstoffen. Verstandig Groen! is om de probleemstelling zuiver te houden, en uit te gaan van de vaststelling dat kernenergie op termijn geen soelaas biedt. Verstandig Groen! is dat we vanaf nu investeren in de creativiteit van ondernemend Vlaanderen: in eerlijke duurzame alternatieven.
En dat alles is meer dan dromen. Zo getuigde ook de bedrijfsleiding van Electrawinds. De doelstelling van het bedrijf om één kerncentrale te vervangen door groene energie werd in minder dan acht jaar tijd voor 1/3 gerealiseerd. Een realisatie die bovendien nieuwe werkgelegenheid creëerde. Goed voor het milieu dus, en goed voor de economie. De vraag is waar we nu verder nog op wachten, waar Vlaanderen de voorbije jaren in hemelsnaam op gewacht heeft?
Het is eigenlijk al veel langer tijd, maar goed: het is dan nu hoge tijd. De toekomst wil immers vooruit. We zegden het jaren geleden al, maar goed: nu is het draagvlak misschien groter. De komende tien jaar wil Groen! jaarlijks minstens één miljard Euro investeren in groene economie. Zo willen we 100.000 groene jobs creëren tegen 2020.
In Duitsland werken nu al 260.000 mensen in de sector van de hernieuwbare energie. In Vlaanderen kunnen dat volgens Agoria 40.000 mensen zijn in 2020. Groen! wil ook elk jaar 100.000 woningen in Vlaanderen omvormen tot lage-energiewoningen. Zo zal de energiefactuur van 100.000 gezinnen halveren en de CO2-uitstoot evenzeer. En natuurlijk zal de bouwsector er wel bij varen: 170.000 jobs kunnen behouden blijven en 10.000 nieuwe kunnen er in deze sector bijkomen.
Groen! gelooft in schone, slimme en sociale producten. Investeren in groene technologie en innovatie zal beslissend zijn voor de concurrentiekracht van de Vlaamse bedrijven. Door te investeren in het ecologisch ontwerpen van producten, kunnen opnieuw duizenden jobs bijkomen. En dat vinden we uiteraard meer dan zomaar belangrijk.
Aan mij hoeft niemand het uit te leggen. Ik ben er als van nature van overtuigd. Het is belangrijk om de geschiedenis bij te houden. Ik ben er zo zeker van dat ik me voorneem om er dit jaar zelf actiever in te investeren. Gebeurtenissen navertellen en op papier zetten. Wat je (niet) doet vandaag, heeft immers wortels in het verleden. Wat vandaag gebeurt, heeft gevolgen voor de toekomst.
Als het conflict in Palestina blijft voortduren, is het misschien ook hier tijd om van koers te veranderen. In plaats van aan militairen en aan diplomaten, moeten we de wereldorde van de toekomst misschien overlaten aan kunstenaars. Aan mensen zoals Daniël Bairenbom. Vandaag las ik op de webpage van deze Joodse dirigent en oprichter van het West-Eastern Divan Orchestra, een orkest samengesteld uit jonge Israëli én jongeren uit verschillende landen van de Arabische wereld, het volgend besluit:
“Palestinian violence torments Israelis and does not serve the Palestinian cause; Israeli military retalation is inhuman, immoral, and does not guarantee Israel’s security. As I have said before, the destinies of the two peoples are inextricably linked, obliging them to live side by side. They have to decide whether they want to make of this a blessing or a curse.”
De verlichting hangt er al sinds de Sint langs kwam. Toch alleszins in onze straat. Straks zal het dan ook weer voor even vrede zijn, of toch voor al ‘die van goede wil zijn’. Sommigen zullen, zoals bij ons thuis altijd gebruikelijk was, het Weihnachtsoratorium van Bach zingen. Sommigen zullen uit de loopgraven komen, en elkaar een onverwacht geschenk geven. Anderen zullen, helaas, halsstarrig en koppig toch de oorlog verkiezen. Zoals bijvoorbeeld in Bethlehem. Daar, schreef Jessika Devlieghere bij het begin van deze maand, nemen de ’settlements’ alsmaar toe, net als ook rond Jeruzalem en Hebron.
In Hebron kwam begin deze maand de confrontatie met radicale ’settlers’ nog tot een uitbarsting. Erger, nadat de ’settlers’ met het Israëlische leger botsten, wraakten ze zich op de omwonende Palestijnen. “Bij een gezin werd eerst de was in brand gestoken, nadien stenen door de vensters gegooid, en werd een poging ondernomen om het hele huis met de volledige Palestijnse familie erin, in brand te steken. Twee andere Palestijnse mannen werden beschoten en kregen kogels in hun borst”, schrijft Jessika.
Het ’settler-geweld’ is niet nieuw, maar verhevigt, en daar zijn de Palestijnen het slachtoffer van. De Israëlische regering is volgens Jessika wel min of meer ‘gealarmeerd’ door de radicalisering van sommige ’settlers’, maar ze is anderzijds niet van plan het ’settler-probleem’ doortastend aan te pakken. “Pesterijen, brandstichting, stenen naar huizen en wagens gooien, en vooral zeer agressieve aanvallen van de ’settlers’ op de Palestijnse boeren tijdens hun jaarlijkse olijvenoogst, zijn dagelijkse kost…Maar elke zoveel maanden komen er wel tientallen wooneenheden bij”.