Categorie archief: psychologie

Selffulfilling Prophecy

Vorige week donderdag 4 maart 2010 werd één van de studenten van de Palestijnse circusschool, Sharaf Nayef Ali Alswetat, op brutale wijze van de bus gehaald, gearresteerd en gevangen gezet. Dat meldt de Vlaamse Jessika Devlieghere. Sharaf zou niet weten waarvoor hij werd aangehouden, en dat zouden zijn ‘belagers’ ook nog  eens 188 dagen lang zo kunnen volhouden…

Het mechanisme achter deze psychologische terreur is helder en doorzichtig. Als mensen maar hard genoeg onder de vleugels worden geschoten en in de rug gestoken, mag de rest van de mensheid er prat op gaan: jongens en meisjes als Sharaf zullen dan vanzelf wel worden waarvoor altijd al werd gevreesd.

En dan…? Dan komt het, als in elke selffulfilling prophecy, natuurlijk nooit meer goed. Of is dat nu net de bedoeling? Mensen breken tot op het bot om vervolgens geen enkele verantwoordelijkheid te hoeven nemen, laat staan verantwoording te moeten afleggen voor de eigen ‘inhalige’ daden en de meest flagrante schending van fundamentele mensenrechten?

Laat me hopen dat België als actueel voorzitter van de VN Mensenrechtenraad niet aarzelt om de wanpraktijken van willekeurige beoordeling en veroordeling in Palestina nog maar eens aan te kaarten. Eerder dit jaar toonde Steven Vanackere zich al een moedig Belgisch Minister van Buitenlandse Zaken door zich in Génève uit te spreken tegen de recente golf van criminalisering van homseksualiteit in Afrika. Het zou hem sieren nu ook voor de Palestijnse jongeren een lans te breken!

Voor meer info: http://www.palcircus.ps/

Calomniez, calomniez…

Voor wie er nog aan zou twijfelen, het ís wetenschappelijk onderbouwd. Het verspreiden van roddels is goed voor het persoonlijk gewin. Mensen baseren een groot deel van hun informatie over anderen niet op eigen ervaring, maar op achterklap. De meest negatieve informatie doet het daarbij nog best. Volgens Aafje Brandt, onderzoekster aan de Raboud Universiteit in Nijmegen, verkneukelen mensen zich in kwaadsprekerij. Wie dus carrière wil maken, of er om andere redenen als ‘beste’ uit wil komen, laat zich beter niet leiden door een meest elementair respect voor de integriteit van een ander. Integendeel. ‘Calomniez, calomniez…’ is dan de boodschap. ‘Il en restera toujours quelque chose’. Zoveel is zo goed als zeker.

Zie: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=NA2M6VGD .

Soort zoekt soort

Ik behoor tot het soort mensen dat zich bindt. Het soort dat voor één keer graag gezien, altijd graag ziet. Ik behoor tot het soort dat zich immens pijn doet aan wat ik onlangs leerde definiëren als de ‘opportunistische relatie’. Het soort dat vol blijvend ongeloof vaststelt dat mensen de ene dag kunnen zeggen dat je goed uitkomt, om je dan de volgende voor ‘ongewenst’ de deur te wijzen, en nog veel erger dan dat ook.

Ik behoor tot het soort mensen dat wel weet dat de wereld met ellebogenwerk aan elkaar hangt, maar er zich toch niet mee wil verzoenen. Het soort dat in de ogen van zichzelf genoemde en geroemde strategen misschien niet direct gemaakt is om aan politiek te doen, maar het net daarom tóch doet. Het soort dat niet wil geloven dat politiek per se vervuld is van cliëntilisme en favoritisme, van corruptie (zoals gisteren De Morgen nog berichtte dat een groot deel van de Belgische politici wél vermoeden).

Ik behoor tot het soort mensen dat zich door kleine dingen laat bewegen. Ik behoor tot het soort dat ervan houdt om met de kinderen in het zwembad te spelen, en te gniffelen bij het synthesevermogen van de jongste dochter van vier aan het adres van haar vriendinnetje: “mijn mama is de juf van de school van Groen!”. Ik behoor tot het soort dat ervan houdt om op een onverhoeds moment met de buren op de gitaar te pingelen en afspraken te maken voor een zangstonde in de tuin: “quae voluptas, quae voluptas est amare!”.

Ik behoor tot het soort mensen dat morgen op vakantie vertrekt. Met twee van mijn hartsvriendinnen. Vriendinnen sinds oudsher. Stammend uit de tijd waarop ik twaalf was, in het Spijker in Hoogstraten. Vriendinnen met wie ik, vanaf mijn zestiende verjaardag, zowat jaarlijks “de Provence” ontdekte. Dan weer met de trein, dan weer met de vrachtwagen. Maar steevast met één kartonnen doos. Een doos gevuld met een fles wijn en één tube mayonaise. Voor bij het brood, en de groenten van onderweg.

Ik behoor tot het soort mensen dat zich bindt. Ik behoor tot het soort van de ‘ware liefdes’ en ‘de eeuwige vriendschappen’. Ik behoor tot het soort dat niet geleerd heeft altijd zomaar ‘ja’ te knikken, maar verder heel gewoon heel erg voorspelbaar is. Ik behoor tot het soort dat hecht aan oprecht en reikhalsend uitkijkt naar een ontmoeting met twee allerliefste mensen.

Zaterdag, in “de Provence”. Om zoals vroeger, het huis in goede handen achterlatend, door te gaan, op het ritme van ” so if you just put your hand in mine, we’re gonna leave all that troubles behind…”. My dear friends, mes plus chères amies, i’m on my way: “je suis partie!”.