Categorie archief: Kinderen

Waar een wil is…

2010 is uitgeroepen tot het ‘Europees jaar ter bestrijding van de armoede en de sociale uitsluiting’.  Maar uitgerekend op het ogenblik dat België het voorzitterschap van de Europese Unie zal opnemen, gaat het helemaal niet goed met de armoede in België.

Zo leeft 15% van de gezinnen in België onder de armoedegrens, en moeten almaar meer mensen een beroep doen op het  OCMW. Steeds meer mensen hebben ook te kampen met betaalproblemen, vaak voor basisvoorzieningen als huur en energie. In 2009 konden 122.749 gezinnen in Vlaanderen hun gas en electriciteit niet betalen, 22.000 meer dan een jaar eerder. Meer dan 110.000 mensen moesten in 2009 een beroep doen op voedselbanken.

De barometer van de armoede staat op onweer. En dat is alleen al vanuit moreel standpunt onaanvaardbaar. België is immers nog steeds één van de rijkste landen ter wereld, en Vlaanderen nog altijd een zeer welvarende regio.

Voor Groen! is de bestrijding van de armoede dan ook een topprioriteit. Tegenover het onrecht van de groeiende armoede kiezen we voor een samenleving gebaseerd op sociale rechtvaardigheid, met een sterke solidariteit. We willen een samenleving met minder ongelijkheid, die de grondrechten van haar inwoners waarborgt.

En dat kan allemaal. Het kan door de minimumuitkeringen boven de Europese armoedegrens te brengen en de uitkeringen welvaartsvast te maken. Het kan door door betere bescherming tegen overkreditering en een beleid rond de bestrijding van de energie-armoede. Het kan door kinderarmoede actiever aan te pakken…

Het kan allemaal. Met voldoende echte politieke wil, is er ook uit de armoede een weg.

9 mei

Met de crisis in Griekenland en een Euro onder zware druk, zou een mens bijna vergeten dat het vandaag ook een feestdag is. Vandaag, zoals elk jaar op 9 mei, is het immers ’Dag van Europa’. Vandaag is het de dag waarop Robert Schuman in 1950 zijn voorstel deed om een Europees samenwerkingsverband op te zetten. Inmiddels een ‘Europese Unie’ van mensen die zouden moeten kunnen leven in vrijheid, vrede en solidariteit. Een Unie met een hele grote diversiteit aan landen, maar ook met één heel eigen volkslied. Een lied waarvan mijn zoontje alvast de tonen kent en verder zoekt op zijn gitaar…

‘Schuld en boete’

Een ‘schuldvraag’ houdt altijd een immens risico in. Wanneer ze er maar toe dient frustratie en woede te bekoelen, riskeert ze meer kwaad dan goed te doen. Een ‘schuldvraag’ is gevaarlijk wanneer ze het populistisch gehalte niet overstijgt, en heeft in dat geval als bijkomend nadeel dat ze misschien de gemoederen wel sust, maar de eigenlijke oorzaken van problemen onaangeroerd laat.

Wie is verantwoordelijk voor de recente treinramp in Buizingen? Wie treft schuld? Zullen we met zijn allen maar naar de machinist blijven wijzen die vermoedelijk toch wel door het rood gereden zal zijn? Of moeten we de ‘schuldvraag’ veeleer doorsturen naar de politiek?

Groen! pleit alvast voor een parlementaire onderzoekscommissie inzake. Het opzet moet nu immers verdergaan dan de menselijke nood om iemand een prijs te doen betalen en een boetedoener te duiden. De vraag naar hoe de NMBS moet worden georganiseerd opdat mensen niet tot 2016 zullen moeten wachten alvorens hun kinderen met een gerust hart terug de trein te kunnen laten nemen, moet gesteld.

Waarom is het negen jaar na de treinramp in Pécrot nog eens kunnen gebeuren? Hebben de politici die de leiding van de NMBS waarnemen hun werk niet gedaan? Of klopt het veeleer dat ze toch niet zo verantwoordelijk zijn want dat ze zichzelf  in fundamentele besluitnames buiten spel hebben gezet? Wat is de rol van de dames en de heren politici die de Raden van Bestuur binnen de NMBS-holding bevolken? En welk is de relatie tussen de opeenvolging van verschillende voor de NMBS verantwoordelijke ministers en het gegeven dat de beveiligingssystemen niet met zulk een tempo werden ingevoerd dat een maximale veiligheid vandaag kan worden gegarandeerd?

Ik wil in ieder geval kunnen hopen dat alles in het werk wordt gesteld opdat het nu nooit meer zal gebeuren. Want het zal toch maar je partner of ouder zijn. Of -alle hemelen beware- je eigen kind dat nooit meer terug naar huis komt.

‘Wie gaat er dan de wereld redden?’

Als mama is het voor mij heel wensbaar. Geen overbodige drukte  in de ochtendspits van ‘op tijd naar school en naar het werk’, en ook geen strijd na een lange werkdag. Rust altijd verzekerd met die ene toegeving: ‘allez, vooruit, pak dan toch maar een koek’.

Maar nog als mama weet je dat het eigenlijk zo niet hoort. Je zou immers niet willen dat je kinderen uitgroeien tot mensen die altijd maar alles pakken wat hun hart begeert, en daar desnoods voor over lijken gaan.  Je zou het niet willen. Of beter: ik zou het niet willen. Omdat ik het belangrijk vind. Hoewel ik bij momenten ook wel eens vrees dat ik er mijn kinderen misschien toch geen dienst mee bewijs. Want de wereld waarin we leven, hoort de graaiers heel vaak eerst.

Aan pessimisme wil ik me echter nog niet overgeven.Ik wil, daarentegen, nog geloven dat de menselijke geest creatief en dynamisch is, en tot meer in staat dan een boel smerig gewin op de kop van het welzijn van een ander. Meer: ik wil er nog steeds vanuit gaan dat de narcistische waan van het eigen ‘o-zo-belangrijk-zijn’ verbleekt bij het diepmenselijke verlangen naar vredige rechtvaardigheid en geluk.

Want inderdaad, zoals ook Rik Torfs zich in zijn recentste boek afvraagt, ‘wie of wat gaat anders de wereld redden?’ Zeker nu ook de Top in Kopenhagen alweer op voorhand de verwachtingen niet inlost, want de groten der aarde de verantwoordelijkheid van bindende engagementen niet lijken aan te durven.

Shouting the Fence

Foto Bruno Stevens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Min en ta? Wie ben je?

Mabaref. Ik weet het niet.

Min wein jay? Waar kom je vandaan?

Mabaref. Ik weet het niet.

Keef w’sa lit hown? Hoe kwam je hier terecht?

Mabaref. Ik weet het niet.

La wein ra yeh? Waar ga je naartoe?

Mabaref. Ik weet het niet

Kech bit’ghanni? Waarom zing je?

B’ganni le’an b’ganni. Ik zing omdat ik zing.

Een prachtig artistiek statement over verzet, hoop en wanhoop, vreugde en verdriet van 300 koorzangers die in de huid kruipen van gewone Palestijnen. Een ode aan de universele behoefte om te communiceren, maar daartegenover de verschrikkelijke onmogelijkheid om bij elkaar te komen. ‘The Shouting Fence’, een muziekstuk van de Britten Richard Chew en Orlando Gough op tekst van dichters als de Palestijn Mahmoud Darwich, is in mijn kleren gekropen.

Des te meer om dat mijn tienjarige dochter, samen met haar klasgenootjes, mee zong en ik haar de afgelopen dagen voor mijn ogen groter heb zien worden. Betrokken, heel goed wetend waar ze mee bezig was, reizend van Gent naar Luik: zingen met een zichzelf helemaal eigen gemaakte boodschap voor de wereld. Het was, zoals een andere mama van de klas schreef, ‘ook een fantastische ervaring voor de kinderen. Dergelijke groeispurt van zelfvertrouwen en eigenwaarde; zelfs de meest ervaren therapeuten doen hier heel wat sessies over om dit te kunnen bereiken’.

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur+en+media/kunsten/091010Theshoutingfence

‘Een kat in een hoek krabt’

Je weet het natuurlijk wel. Je weet wel waar het vandaan komt. Want je hebt het inmiddels allemaal al eerder gezien en geleerd. Sommigen dragen rugzakken mee waar de stoutste verbeelding niet aan kan tippen. Sommigen zijn op jonge leeftijd al zo ‘fucked up’ door het leven dat het niet verwonderlijk is dat ze verongelijkt agressief de wereld naar hun hand proberen te zetten.

lange-wapper_referendumJe weet het natuurlijk wel. En als je erbij stilstaat, bloedt je hart. Maar toch moet je soms NEE!, zo luid als hopelijk straks tegen de Lange Wapper, durven zeggen. En daarbij is het, zoals een collega op een klassenraad van vorige week het verwoordde, ‘heel erg belangrijk dat we elkaar steunen’. Want bij gebrek aan collegiale solidariteit, zouden de broze zelfbeelden van sommige leerlingen wel eens brandhout van je kunnen maken.

Eender welke aanval, soms heel subtiel en bijna onzichtbaar, is de beste verdediging tegen een leven dat niet is zoals het had moeten zijn. Maar aanvallen creëren nieuwe slachtoffers. Mensen, en in een schoolcontext leerkrachten, die in het nauw gedreven worden en zich dan -begrijpelijk toch ook maar weer- vastklampen aan een rigidere aanpak.

Het is niet eenvoudig. Het is helemaal niet eenvoudig om het midden te vinden tussen je begrip voor het waarom van grensoverschrijdend gedrag, en de opdracht daartegenover om er als pedagoog toch nog iets van te maken. In het veld en in de praktijk is het helemaal niet simpel om kinderen die met ongelijke kansen instromen toch met gelijke mogelijkheden te doen uitstromen.

Van leerkrachten wordt veel gevraagd, zeker van die leerkrachten die aan de slag zijn in scholen waar veel ‘zorgleerlingen’ samen zitten. Zij dienen niet alleen hun vak goed te kennen, maar moeten bovendien een behoorlijke dosis kaas gegeten hebben van psychologie en verdragen dat als er dan toch iets fout loopt, zij in de eerste plaats als ‘verantwoordelijken’ met de vinger zullen worden gewezen.

Ik begrijp dan ook erg goed hoe leerkrachten soms uit hun dak kunnen gaan. En daarin schuilt misschien een parallel met wat Luckas vander Taelen onlangs aanhangig wilde maken met betrekking tot wat hij de Brusselse ‘gettojongeren’ noemde. De emmer kan al eens overlopen, zeker als de intentie er een was en is van een hele andere aard. Zeker als je eigenlijk écht gelooft in de noodzaak om de doelstelling  van gelijke kansen voor iedereen waar te maken. Zeker als dát nu net tot de kern behoort van wat je engagement beweegt.

Ik ben het eens met Luckas dat ook Groen!en het debat over waarden en normen dienen te voeren. Elke samenleving heeft immers een raamkader nodig waarin ‘de ja of de nee!’ moet kunnen gelegitimeerd worden. We hebben een raamkader nodig dat mensen, ook leerkrachten, helpt bij de omgang met de gekwetstheid van anderen. Want dat is zeker wél de kern van het verhaal, veeleer en veel veel meer dan het gegeven of een jongere de dag van vandaag wel of geen hoofddoek draagt.

‘Een kat in een hoek krabt’. En de vraag is dan maar of je de klauw met een nieuwe klauw beantwoordt, of het antwoord zoekt in een minder gewelddadige respons. Hoe moeilijk ook. Om te vermijden dat geweld beantwoord wordt met geweld, moet in dialoog en overleg geïnvesteerd worden. En wellicht zoals in een klassenraad, en samen met ouders en andere opvoeders, veel meer dan ooit overeenstemming gezocht worden rond wat in onze gedeelde samenleving aanvaardbaar is, en wat niet. Maar, nogmaals, ik besef ten volle: ook dat is veel moeilijker dan politiek correct zomaar even vlug gedaan.

Fairytale

proj0Gelukkig zijn er nog mensen die in sprookjes geloven. Sprookjes met happy-endings. Sprookjes waar mensen niet verstrikt geraken in de bodemloosheid van hun eigen verlangen, of waarin ze een ander met manipulatieve truukjes aan een ongezonde eigenliefde trachten te onderwerpen. Gelukkig zijn er mensen die nog in sprookjes geloven. Sprookjes die kinderen (én ‘mensen’) de gerustheid in de slaap écht helpen vatten.

Het sprookje van Barbara Brugmans, een sterke vrouw uit Pellenberg, is er zo één. Enkele jaren geleden startte ze in Kenia een samenwerking met de vrouwenorganisatie ‘Denur Crafts’. De idee was om de artisanale producten die Denur Crafts in samenwerking met kansarme vrouwen tegen eerlijke prijzen maakt, op de Vlaamse markt te commercialiseren. Het geen lukte.

Zo zelfs dat de uit bananenbladeren vervaardigde ‘levensboom’ vandaag een graag gesmaakt artikel is voor wie de geboorte van een kindje te vieren heeft, of voor wie de jaren van veroudering eens in de verf wil zetten. Zo ook dat het assortiment artikelen inmiddels is gediversifieerd, de commerciële omzet in bedrijfswinsten resulteert, winsten die worden geïnvesteerd in projecten die zich inzetten voor het welzijn van kinderen en vrouwen in de wereld.

Dit sprookje van Barbara Brugmans werkt onder de naam ‘Fairytale’, anders ook te lezen als ‘fair retail’ (‘eerlijke kleinhandel’). Als u dus iets te vieren heeft, of als op 30 september 2009 weer eens een week van de ‘eerlijke handel’ wordt ingeluid, vergeet dan niet een bezoekje te brengen aan www.fairytale.be .

Vrijheid

Ik vind me graag in het Arabische spreekwoord dat zegt: “als wat je te zeggen hebt niet mooier is dan de stilte, zwijg dan”. Maar soms is de geschiedenis zo arrogant en lelijk dat ze wel moet naverteld worden. Opdat het nooit meer zou gebeuren.

De aanslagen afgelopen weekend in Tel Aviv op een holebi-centrum waarbij enkele jongeren om het leven kwamen. Ook dat zijn zaken waar de wereld beter lang bij stil zou blijven staan. Lang genoeg toch om nog maar eens te beseffen dat er grenzen zijn.

Niemand heeft het recht om het leven, op wat voor wijze dan ook, van een ander mens licht te nemen en erop in te beuken. Niemand. En zelfs al zijn alleen sommigen maar écht schuldig, dan nog nog blijft iedereen verantwoordelijk. Verantwoordelijk voor het feit dat het toch gebeurt. Elke keer weer, in het klein en in het groot.

In naam van de vrijheid. In naam van de wellicht grootste ambiguïteit in dit leven. Want zelfs al zou men het graag willen, vrijheid is nooit absoluut. Ze wordt begrensd door verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid voor het welzijn van andere levende wezens. Verantwoordelijkheid voor de vrijheid van eenieder. En dus ook verantwoordelijkheid voor wat je zelf (niet) doet.

“Een vrijheid die slechts dient om de vrijheid te ontzeggen, moet ontzegd worden”, schreef Simone de Beauvoir ooit. Ik wens dat dit een hart onder de riem mag zijn voor alle vrouwen (én mannen) die het ook zo begrepen hebben. Mensen die, zoals Jessika Devlieghere in Palestina, in alle genuanceerdheid verantwoordelijk zijn en intens blij om het feit dat duizenden kinderen in Gaza onlangs hun zelfgemaakte vliegers oplieten, hún vrijheid tegemoet.

http://www.maannews.net/eng/ViewDetails.aspx?ID=215883

“een klein moment dat ons allemaal verbindt… de duizenden kinderen in Gaza, de kinderen en jongeren in België en ons Anita.”  Liefs, Jessika.

Zie ook op deze blog: Vliegers voor Vrede; De straat van Parijs; Klaprozen.

Change For The Better – stap 10

Ik heb deze dagen geen tijd om naar alle verkiezingsprogramma’s te kijken, maar gisterenavond kon ik niet anders dan toch even blijven plakken bij de buis. Het debat ging immers over onderwijs. Over de humus van onze samenleving. Over waar we met het onderwijs voor onze kinderen in de toekomst naartoe willen: kiezen we voor een onderwijs van twee sporen, eentje voor de ‘zwakken’ en eentje voor de ‘sterken’? Of kiezen we voor een onderwijs dat streeft naar inclusie en meteen ook naar een grotere sociale gelijkheid?

stap-10

Voor mij telt in ieder geval élk talent en moet het leerplichtonderwijs van vandaag álle jongeren helpen een ruggengraat te ontwikkelen die hen in staat stelt om te leven in en met de uitdagende globale wereld van vandaag. Daarbij komt dat de motivatie en het leren van jongeren inderdaad moet worden opgekrikt. Maar dat kan door de school om te vormen tot een soort ’open leercentrum’ dat samenwerkingsverbanden aangaat met de buitenwereld, en door een toegenomen waardering van de rol van de leerkracht. Wie in het onderwijs stapt vanuit de privésector, zou in ieder geval geen loon- en anciënniteitsverlies meer mogen lijden.

Ik vind het trouwens ook heel erg belangrijk om blijvend aandacht te schenken aan ‘levenslang leren’, en hieromtrent een stimulerend beleid te voeren. Einde 2008 zou maar een kleine 8% van de beroepsactieve bevolking in Vlaanderen deelgenomen hebben aan permanente vorming, terwijl nochtans een participatie aan levenslang leren van 12,5% wordt geambieerd tegen 2010.

In het bijzonder in tijden van crisis is het van belang om geen talenten te verkwanselen. Het is van belang om iedereen in de mogelijkheid te stellen een beroep te leren of zich bij- of om te scholen. Het is van belang om de algemene kennis te verbreden en de zelfredzaamheid van mensen te verhogen. Want ook anno 2009 zijn er in Vlaanderen mensen die ongeletterd zijn, en die dus helemaal niet beschikken over de nodige startkwalificaties voor de arbeidsmarkt.

Change For The Better – stap 9

Vanmorgen trok ik met mijn leerlingen naar het Belvue-museum. Deze namiddag stond ik op de markt van Kessel-Lo. Morgenvoormiddag bereid ik een examen voor. In de namiddag plan ik dan nog wat te canvassen in mijn thuisstad Leuven. Mijn deel van de was en de plas kan ik, gelukkig, even aan de zorgen van anderen overlaten. Gelukkig. Want anders zou de combinatie van werken in het onderwijs, politiek en gezin helemaal geen haalbare kaart zijn.

Ik begrijp heel goed dat vrouwen (en in mindere mate ook mannen) kiezen voor een deeltijdse baan, of zich zelfs helemaal terugtrekken van de arbeidsmarkt om voor hun gezin te zorgen. Zoals ik ook de door Groen! voorgestelde kans voor iedereen om 32uren per week te werken als een absoluut sociale maatregel zie. Gezinnen, ook éénoudergezinnen die veel minder gebruik maken van de al bestaande verlofregelingen, krijgen hierdoor immers meer ademruimte. Ze krijgen meer plaats om gezinstaken en arbeid te combineren.

Een evenwichtige tijdsverdeling over gezin en arbeid leidt bovendien tot belangrijke minderuitgaven. Want de vraag naar zwaar gesubsidieerde zorgtaken zoals kinderopvang en ouderenzorg zal minder vlug stijgen, en de uitkeringen voor werkloosheid zullen dalen. Of nog: door een betere verdeling van tijd en arbeid, zullen beiden voor meer mensen zijn weggelegd.