Ik weet dat Bart De Wever zich graag identificeert als een adept van de ‘rechterzijde’. En dus ben ik wel genoodzaakt om me, daartegenover, te ‘linkerzijde’ te positioneren. Nochtans hebben we misschien wel iets gemeen. De vraag naar ‘identiteit’, en haar rol in de ontwikkeling van mensengemeenschappen, heeft me ook altijd bezig gehouden.
Anders dan Bart De Wever wil doen geloven, behoor ik immers niet tot de mensen die “ ’identiteit’ afdoen als een product van een contingente verbeelding die de mensheid in de 21ste eeuw best achter zich kan laten…”. In 1996 werkte ik als verantwoordelijke voor ‘cultuur en ontwikkeling’ bij de toen nog ‘kleine’ NGO Vredeseilanden. De actualiteitswaarde van de visie die we toen formuleerden, maar die ik even gemakkelijk weer terugvond in de ‘oude doos’, is treffend.
“Ondanks de inzichten van de laatste decennia, blijft in denken en handelen ontwikkeling nog vaak gelijkgesteld aan de graad van expansie van productie, productiviteit en inkomen per hoofd van de bevolking. Maar ‘ontwikkeling’ is zeker niet te herleiden tot een proces van economische groei alleen.
Verandering en ontwikkeling hebben in grote mate te maken met zelfbewustzijn en zelfvertrouwen. Ontwikkeling die de ontplooiing van mensen voor ogen heeft, kan dan ook niet uitsluitend oog hebben voor materiële noden. Mensgerichte ontwikkeling vereist niet alleen aandacht voor wat mensen (niet) hebben, maar vooral ook voor wie ze zijn.
Menselijke ontwikkeling is niet alleen gericht op de mens, zij gaat ook noodzakelijkerwijze uit van de mens. Mensen functioneren echter niet onafhankelijk van elkaar. Ze werken samen of concurreren en gaan allerlei andere relaties aan. Cultuur is hetgeen mensen met elkaar verbindt. Het is de ‘Sitz im Leben’ van mensen en bestaat uit betekenissen, normen en waarden die mensen actief ontvangen en ontwerpen.
Cultuur is bijgevolg een veranderlijk gegeven. Het is de context waarbinnen mensen, in interactie, hun identiteit construeren en verwijst naar wie en wat mensen zijn, naar hun ‘way of life’, naar hoe zij zich als groep sociaal, economisch en politiek organiseren.
Cultuur is bron van creativiteit. Creativiteit verwijst naar de verbeeldingskracht en de initiatieven die mensen nemen om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. De duidelijkst herkenbare vorm van creativiteit is kunst, maar creativiteit is ook van vitaal belang voor de industrie, handel, onderwijs en de sociale en maatschappelijke ontwikkeling.
Creativiteit is niet het monopolie van bijzondere mensen in bijzondere situaties, maar behoort iedereen toe. Het is het erfdeel van zowel armen als rijken, meerderheid en minderheid, geletterden en ongeletterden, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen. Voor ontwikkeling is het van belang dat elke mens door expressie vorm kan geven aan zijn cultuur, dat mensen kunnen vertellen en gestalte kunnen geven aan wie zij zijn met hun ervaringen, hoop en vrees, dat zij creatief ‘productief’ kunnen zijn.
Van even groot belang als de mogelijkheid zelf productief te zijn, is de mogelijkheid om artistieke en culturele producties te ‘consumeren’. Muziek, theater, literatuur, film inspireren immers tot nadenken en kunnen een centrale rol spelen in het complex van zingeving en invulling van mens-en wereldbeeld. Zo fungeren ze als hefbomen voor individuele en collectieve verandering, maar bieden ze ook ontspanning en ontsnapping uit de dagelijkse sleur of het dwingende keurslijf van sommige tradities, van oorlog of repressie.
Na de tweede wereldoorlog kwam een proces van mondialisering op gang waarbij de wereld slonk tot het formaat van een dorp. Vanaf het einde van de jaren tachtig wordt zelfs gesproken van ‘global village’ en globalisering. Een tendens waarbij een ‘way of life’ gekenmerkt door marktdenken en consumptief gedrag, wereldwijd wordt verspreid.
Parallel aan dit proces tekent zich echter ook een tendens van lokalisering af. Door de globalisering hebben mensen vaak een minder goed zicht op de processen van economische, sociale en politiek aard waaraan zij onderworpen zijn. In het zoeken naar een antwoord ‘wie zijn we eigenlijk’, doen groepen van mensen meer en meer beroep op een culturele eigenheid, die hen onderscheidt van andere groepen. Met de groeiende globalisering, en vermoedelijk als reactie erop, neemt het bewustzijn van culturele eigenheid en meteen ook de zichtbaarheid van de culturele diversiteit in de wereld toe.
Culturele heterogeniteit houdt veel mogelijkheden voor ontwikkeling in. Als maximale mobiliteit van en contact tussen mensen kan gegarandeerd worden, is verscheidenheid een positief gegeven. Door dialoog zijn mensen in staat kennis te verwerven over andere culturen, het verschil te overbruggen en puttend uit de culturele rijkdom van de andere, tot verandering, vernieuwing en ontwikkeling te komen.
Als dialoog en daarmee de mogelijkheid om de ander in zijn andersheid te kennen en te (h)erkennen ontbreekt, houdt culturele verscheidenheid grote gevaren in. Indien niet alle culturen dezelfde toegang hebben tot dialoog, is in een land of in de wereld heterogeniteit bron van conflict. Wanneer het een aantal culturen aan middelen ontbreekt om uit te drukken wie ze zijn, is cultuurimperialisme niet veraf.
Zij die geen toegang hebben, zijn een gemakkelijke prooi voor hen die wel beschikken. Aan machtstrijd tussen culturen, tussen die van autochtonen en allochtonen, tussen die van stad en platteland, tussen die van mannen en vrouwen, tussen die van jongeren en ouderen, … komt geen einde als niet geïnvesteerd wordt in voorwaarden voor culturele expressie en interculturele dialoog. Integendeel, dan leiden uitsluiting en hegemonisering tot gewelddadige en mensonwaardige confrontaties.”



