“Ik heb het hier altijd gedaan”, snikte ze. En daarop antwoordde een andere “ach, huil toch niet zo en schreeuw vooral niet”. “Ja”, voegde nog een andere toe, “je steekt je wat in je hoofd, maak toch niet zo’n scène”. “Ja, mevrouw, dat doet ze nu altijd!” “Ik zeg al niets meer, snik, kijk niet zó…”.
En daarmee maakte een opdracht in voorbereiding op een bezoek aan het Belvue-museum vanmorgen plaats voor een streepje muziek en een babbel. Want ze zijn puur en ongecensureerd, attent en bij wijlen heel lief, maar minstens even hard voor elkaar. Soms keihard, de tien dames van om en bij de twintig uit het 7e jaar BSO met wie ik elke woensdagvoormiddag samenwerk in het kader van het vak ‘algemene vorming’.
Ze willen het ook zo graag allemaal zo goed doen: slagen voor de geïntegreerde proeven die op hen afkomen, de klanten van de namiddag op de wenken bedienen, de juiste persoonlijke en professionele keuzes maken nu het laatste trimester van het vermoedelijk laatste schooljaar is ingegaan. De druk is groot, zo ook dat er al eens een ’sjakos’ meer durft aan geloven.
De vooruitzichten op het gebied van werkgelegenheid voor leerlingen van de derde graad BSO zijn volgens het recentste VDAB-rapport over schoolverlaters nochtans veelbelovend. Wie het technisch-of beroepsonderwijs afmaakt, maakt vandaag een goede kans op een duurzame job.
Opvallend is wel dat meisjes op het niveau van het technisch- en beroepsonderwijs vooral terug te vinden zijn in studiegebieden ‘personenzorg’ en ‘handel’, en dat het aanbod op dit onderwijsniveau zich vooralsnog op jongens richt. Het technisch- en beroepsonderwijs is met andere woorden sterk gendergericht. Meisjes hebben volgens de studie van de VDAB minder keuzemogelijkheden en dat laat zich toch gevoelen door een minder goede aansluiting op de arbeidsmarkt.
Meisjes die zich geroepen voelen om een traditionele ‘mannenopleiding’ te volgen, worden daar vaak dan weer niet voor beloond op het ogenblik dat ze aan het werk gaan. Volgens het rapport van de VDAB zijn de arbeidsomstandigheden die gelden voor een aantal van deze beroepen nog steeds de belangrijkste hinderpaal.
Bij de echt laaggeschoolden is een op drie vrouw terwijl in het hoger onderwijs meisjes dan weer in de meerderheid zijn. Universitaire opleidingen worden zelfs voor 58,3% door vrouwen bevolkt. Op dit niveau kiezen vrouwen echter ook weer ‘anders’ dan mannen. Vrouwen kiezen het meest voor ‘psychologie’ terwijl mannen in de eerste plaats opteren voor ‘toegepaste economische wetenschappen’. De top vijf van de meest populaire studierichtingen wordt voor de meisjes besloten met ‘pedagogische wetenschappen’ en voor de jongens – toch ook opvallend- door geschiedenis!
De 23 ste studie over de werkzoekende schoolverlaters 2006-2007 werd me bezorgd door Caroline Smets van het nieuw opgestarte jeugdwerkplan van de VDAB Leuven. Het is een lijvige studie van 50 bladzijden met nog veel meer interessante gegevens over onderwijs en de aansluiting op de arbeidsmarkt. Ze kan ook teruggevonden worden op de website van de VDAB: http://vdab.be/.

0 reacties so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.